MyScotland.be         Stirling 1297  

         

Home Over Schotland Bezoek Schotland Geschiedenis Benelux Gallery Contact

Learn Gaelic in Fife

CEARCALL COMHRAIDH FIOBHA

 

Last updated

06/01/2012 02:04:31

                   

 

 

 

 

   The Braveheart pages 

 

                    

                      

 

Stirling Bridge, 11 september 1297


Stirling Bridge 1297

Stirling, de poort naar het noorden en de sleutel tot deze poort was een smalle houten brug die over de rivier The Forth heen lag. Deze strategisch belangrijke stad werd beheerst door een kasteel dat was gebouwd  op een hoge rots van waarop men de hele Forth vallei kon aanzien..

10 September 1297, vanop zijn uitkijkpunt in de Ochil Hills, kijkt William Wallace toe hoe John de Warenne en zijn leger oprukken naar het zuiden in de richting van Stirling. de Warenne ontmoet er zijn adjunct Sir Richard de Waldegrave.

1297 map of Stirling

A scene from the film - BraveheartJohn de Warenne had een indrukwekkend leger bijeen gebracht, waarvan 1000 eenheden zware cavalerie en 50.000 infantrie. Het Engelse leger was zonder twijfel het meest ervaren leger hadden in Europa en het machtigste uit hun tijd. Zij hadden nog geen nederlaag gekend.  Het moreel was hoog, het vertrouwen in eigen kunnen en het leiderschap stond buiten enge twijfel. De Engelsen beschouwden de Schotten een bende amateurs. Reden hiervoor was de zwakke prestatie en een totaal gebrek aan discipline van de Schotten in de slag van Dunbar een paar jaar voordien. De Schotse leiders waren het oneens en de steun van de nobelen ontbrak volledig. Vele Schotse nobelen waren ook vleugellam gemaakt:ze dienden ofwel onder Edward I in Vlaanderen of zij waren opgesloten in een Londonse kerker.

In tegenstelling tot de Engelsen had William Wallace maar 10.000 mannen ter beschikking, aangevuld met 6.000 manschappen van Andrew de Moray. De Schotse cavalerie bestond uit amper 150 paarden. Het voetvolk was licht bewapend, slecht getraind en ondervoed. Maar zij maakten hun gebrek aan ervaring goed door hun motivatie en patriotisme. Zij waren die dag liever bereid om te vechten en te sterven dan nog één enkele dag de Engelse tirannie te verdragen.

William Wallace besloot om positie in te nemen aan de overkant van de Forth rivier, gebruik makend van de hoger gelegen grond op de flanken van de Ochil Hills. Aldus forceerde hij de Engelsen om heuvelopwaarts te moeten vechten. Maar vooraleer het zover zou komen had John de Warenne de taak om zijn leger over de houten brug te loodsen. De oversteekplaatsen nabij Cambuskenneth Abbey (de abdij) en Kildean waren enkel doorwaadbaar bij laagtij. 

Maar de brug was smal en het verplichtte de ruiters om maximaal met 3 paarden naast elkaar over te steken. Aan de overkant van de brug wachtte nog meer ellende. De berijdbare weg was niet veel breder dan de breedte van de brug; de grond eromheen was te zacht en te drassig om zware cavalerie te kunnen dragen. En eenmaal over de brug betekende dat de ridders geen snelle ontsnappingsmogelijkheid hadden op dit terrein. Maar de Engelsen voelden zich op alle vlakken superieur en onaantastbaar gezien hun reputatie en victories. Wat zouden die paar boerse Schotten hen kunnen maken ?

Twee, drie dagen vroeger - Enkele van de Schotse nobelen (o.a. James the Steward en de graaf van Lennox) sloten aan bij John de Warenne op zijn tocht naar Stirling. De nobelen boden aan om te onderhandelen met de Schotten om onnodig bloedvergieten te voorkomen.   Op 10 september keerden de nobelen terug naar de Warenne met de boodschap dat Wallace weigerde om zich over te geven. Als bewijs van hun trouw stelden de nobelen 60 manschappen ter beschikking van de Engelsen. 

In de ochtenduren van 11 september keerden the Steward en Lennox plichtsbewust terug naar het Engelse kamp, doch met amper een fractie van de mensen die zij beloofd hadden. Hun verhaal was dat er weinige "rebellen" konden overhaald worden om aan hun zijde te vechten tegen hun landgenoten. 

John de Warenne was nu wel zeker van een slag gezien de Schotten in stemming waren voor een gevecht. Vanuit zijn zichtpunt zag hij dat de Schotten de hogergelegen heuvels ingenomen hadden. Wat hun positie betof waren ze niet aan te vallen. Het viel de Warenne eveneens op dat het gevaar bestond dat de Schotten de linkerflank van zijn leger kon avallen als hij de brug zou oversteken en de weg erachter zou volgen. Hij bemerkte ook terecht dat de brug voor meer opstoppingen zou zorgen dan voor een vlotte overtocht. Als hij de Schotten van hun heuvel zou kunnen af krijgen en hen kon bekampen in de open velden van Cornton, ten noorden van Stirling. Daar zouden zij een makkelijke prooi vormen voor de Engelse cavalerie. 

Naar goede protocol gewoonte bood John de Warenne aan de Schotten aan om zich alsnog over te geven vooraleer zij zich in een gevecht zouden storten. Hiervoor stuurde hij twee Dominicaanse broeders over de brug en de hoofdweg om het aanbod van de vrede van de koning en de belofte van vergeving van voorbij daden over te brengen aan William Wallace en Andrew de Moray. 

William Wallace sloeg het aanbod van John de Warenne neer en stuurde de broeders terug met een tegenaanbod:

'Tell your people that we have not come here to gain peace, but are prepared for battle, to avenge and deliver our country. Let them come up when they like, and they will find us ready to meet them even to their beards.' 

'Zeg tegen je mensen dat wij hier niet gekomen zijn om vrede te winnen, maar dat wij bereid zijn voor de oorlog, om ons land te wreken en vrij te maken. Laat ze maar komen, zij zullen ons bereid vinden, zelfs tot in de dood.'

De gelaatsuitdrukking van de Engelse bevelhebbers moet boekdelen gesproken hebben toen zij het verbluffende antwoord van Wallace hoorden. Er sloop verdeeldheid in het Engelse kamp. Eén groep raadde John de Warenne aan om de bluf van de rebel te negeren terwijl een tweede groep aanmaande tot voorzichtigheid. John de Warenne riep in alle haast een oorlgsraad samen om het probleem op te lossen.

Eén van de ridders die de raad toesprak was Sir Richard Lundie, een Schot die in de slag om Irvine de zijde van de Engelsen had gekozen :

'My lords, if we go on to the bridge we are dead men; for we cannot cross it except two by two, and the enemy are on our flank, and can come down on us as they will, all in one front. But there is a ford not far from here, where we can cross sixty at a time. Let me now therefore have five hundred knights and a small body of infantry, and we will get round the enemy on the rear and crush them; and meanwhile you, my lord Earl, and the others who are with you, will cross the bridge in perfect safety.'  

'Mijne Edelen, als wij die brug oversteken zijn wij dood. Wij kunnen maar per twee de brug over en de vijand kan ons raken in de flank. En komen zullen zij, allen tegelijk. Maar niet ver van hier kunnen wij de rivier oversteken in ondiep water met 60 man tegelijk. Geef mij hier en nu 500 ruiters en een kleine groep infantrie en ik zal rond de stellingen van de vijand trekken en hem verpletteren. En intussen kunnen jullie, mijne Edelen, de brug in alle veiligheid oversteken.'

De raad sloeg de raad van Lundie in de wind met als voornaamste reden dat  het niet wijs zou zijn om de krachten op te delen. Enkele edelen steunden echter het voorstel van de overloper en een hevige discussie ontvlamde tussen alle edelen.

Op dit moment stond Hugh Cressingham op en verhief zijn stem :

 'There is no point in dragging out this business any longer, and wasting our King's revenues for nothing. Let us advance and carry out our duty as we are bound to do.' 

'Het heeft geen zin om deze zaak nog langer uit te stellen en het geld van de koning te verspillen. Wij doen onze plicht zoals het hoort.'

John de Warenne af tegen zijn zin het bevel om met het leger de brug over te steken en het gevecht aan te gaan met de Schotten.

Het was intussen al halfweg de ochtend en Sir Marmaduke de Thweng was reeds voor het grote lichaam van het leger opgereden om de noordelijke perimeter rond het bruggenhoofd veilig te stellen voor de Engelse opmars. Maar zoals Sir Richard Lundie al eerder had gezegd bleek de brug inderdaad smal en bood het amper plaats aan twee ruiters die met de grootste zorg en last zij aan zij konden passeren naar de overkant.

Een halve kilometer verder, op de hellingen van the Ochil Hills, hadden de Schotten de Engelsen gadegeslagen toen deze de rug aan het naderen waren. Hun harten moeten in hun borstkassen opgesprongen zijn van vreugde toen zij zagen dat de Engelse ruiters van plan waren om de rivier via de houten brug over te steken. 

De spanning steeg naarmate meer Engelsen de overtocht deden en de drassige vlakte vulden. Maar onder het commando van Andrew de Moray en William Wallace, hield het Schotse kamp de discipline en weerstond het de verleiding om blind in de aanval te gaan zoals zij gedaan hadden in Dunbar in 1296.

Vanop de top van Abbey Craig overschouwde William Wallace de opmars van de Engelsen, zorgvuldig het ogenblik uitkiezend dat hij zijn aanval zou inzetten. Als hij te vroeg zou aanvallen zouden de Schotten een grotere kans hebben tegen het kleine deel dat de brug al was overgestoken. Maar het grote deel van de Warenne's leger zou dan nog steeds intact zijn, en in een positie om alsnog een tegenaanval te lanceren tegen de Schotten. Als hij zou wachten tot het hele leger de brug zou overgestoken zijn was zijn leger numeriek met 3 tegen 1 in het nadeel en waarschijnlijk kansloos.

A scene from the film - Braveheart                                    Om 11 uur gaf William Wallace het teken om aan te vallen door één hoornsignaal. De Schotten die lang en ongedurig op dit moment hadden gewacht, chargeerden en masse, met hun speren en zwaarden zwaaiend en roepend : 'On them! On them! On them!'. 

Een detachment liep weg van de hoofdmacht en stevende af op het bruggenhoofd. Zij hakten zich een weg naar de brug en lieten op deze manier de val helemaal dichtklappen. Dit veroorzaakte paniek en een stampede op de brug omdat de Engelsen plots niet meer vooruit konden op de brug. Achteraan bleven de ruiters aanschuiven en duwen, ongedurig om zich te kunnen mengen in het strijdgewoel aan de andere kant van het bruggenhoofd. Velen vielen of sprongen in de rivier en verdronken, voornamelijk omdat hun zwaar harnas en uitrusting hen naar beneden zogen.

A scene from the film - BraveheartDe ridders die trachtten te onsnappen stuurden hun paarden in een zee van modder. Zij werden gedood door speren. Overlevenden werden vertrappeld door de aanstormende Schotten. De kracht en de snelheid waamee de Schotten aanvielen had de Engelsen serieus verrast. Al snel waren zij verdreven naar de zuidoostelijke kant van de weg in de richting van een kronkel in de rivier.

A scene from the film - Braveheart              De cavalerie van de Schotten denderde vanuit noordelijke richting richting Engelsen. Sir Marmaduke Thweng lanceerde een tegenaaval. Zijn divisie had geen moeite met de licht bewapende Schotten, doch in plaats van de charge te voltooien, stopte hij de aanval om de situatie te overschouwen. Onthutst stelde hij vast dat zowel de kleuren van koning Edward I als van de graaf van Surrey verdwenen waren, verloren in een zee van lichamen. Tot overmaat van ramp hadden de Schotten het bruggenhoofd veilig gesteld, zodat een terugkeer uitgesloten was.

Stirling Bridge                                    

Hij wachtte even alvorens hakkend met zijn zwaard te chargeren in de richting van de Schotten en het bruggenhoofd. Zo gauw Sir Marmaduke Thweng en zijn mannen opnieuw de brug over waren gaf hij opdracht om de brug te vernietigen

 

 

               A scene from the film - Braveheart              

Vanop zijn kijkpost op de zuidelijke oever van de rivier keek John de Warenne met afgrijzen toe hoe het restant van zijn achterhoede opgejaagd en afgemaakt werd. Hij was veroordeeld om machteloos te moeten toekijken. Zijn boogschutters zaten immers vast in de achterhoede en bleken van geen waarde meer. Als zij op zijn kant van de oever hadden gezeten had hij nog een aanval over het water kunnen inzetten. Tegen 12 uur was de slag over maar het opruimen zou veel meer tijd in beslag nemen. Met één enkele slag hadden de Schotten bijna 100 Engelse zwaar geharnaste ruiters, 5000 infantrie en 300 Welshe boogschutters uitgeschakeld. Een leger van de "gewone" man dat met discipline en de moed om te vechten wordt geleid, was in staat om de mythe van de Engelse onoverwinnelijkheid aan diggelen te slaan.

De verliezen aan Schotse kant waren gering, maar Andrew de Moray was ernstig gewond geraakt, en bezweek enkele weken later aan de opgelopen wondes. De dood van Andrew de Moray's death betekende een keerpunt in de toekomst van William Wallace. De familie van de Moray zou ongetwijfeld de opstand blijven steunen zijn indien Andrew was blijven leven. Nu zag men Wallace nog steeds als een gewone man en een bedreiging van hun feodale macht. 

John de Warenne had genoeg gezien en gaf het order voor een snelle aftocht. Hij benoemde nog heel vlug Sir William Fitz-Warine als nieuwe kasteelhouder van Stirling. Hij beloofde om terug te keren binnen de tien weken. Hij gaf zijn paard de sporen en reed met zijn troep naar Engeland tot hij zich veilig waande.

Eén keer de uitslag van de slag bekend steunden de zijlijnkijkers James the Steward en de graaf van Lennox plots wel de Schotse opstand. En om hun aanhang kracht bij te zetten leidden zij een eenheid van hun eigen vazallen vanuit een verborgen lokatie in Torwood om het het Engelse leger nog lastig te maken door de achterblijvers te doden en de goederenkaravaans te plunderen.

Na de slag ontdeden de Schotten hun opponenten van alle wapens en uitrusting. Zij stootten ook op het lijk van Hugh Cressingham, de gehate schatbewaarder van Schotland. De woede was zo groot dat het ontdoen van zwaard en harnas niet voldoende was voor de Schotten. Zij vilden hem en verdeelden de huid onder zich. 

Ironisch genoeg stuurde the Prince of Wales, regent tijdens zijn vaders afwezigheid, een delegatie naar John de Warenne om hem op te dragen in Schotland te blijven tot de Schotse rebellie neergeslagen zou zijn. de Warenne kreeg de boodschap pas toen hij 320 kilometer zuidelijker in York was.

Na een korte belegering gaf het garnizoen in Stirling Castle zich al over, duidelijk niet vertrouwend op de beloofde terugkeer van de Warenne. Bij de gevangen genomen soldaten  was ook Sir William Fitz-Warine en zijn luitenant Sir Marmaduke de Thweng. Zij werden opgesloten in Dumbarton Castle en op 7 april 1299 geruild tegen Schotse gevangenen.

William Wallace legde zich nu verder toe op de schoonmaak van het land en het breken van de resterende Engelse weerstand. Na een verblijf in en rond Stirling trok hij richting Dundee om hier hetzelfde te doen. Maar het nieuws van de Warenne's nederlaag had de stad reeds bereikt en het Engelse garnizoen verloor alle wil om te vechten en gaf zich zonder één schermutseling over. Hierbij nam Wallace een enorm aantal wapens, uitrusting en andere buit in beslag. 

Een bijeenkomst van de Raad werd rond deze tijd in Perth gehouden door de Schotse adel die Wallace wl had gesteund. Hij en Andrew de Moray werden aangesteld als Guardians of Scotland in naam van koning John Balliol. Maar tegen 7 november 1297 verdween de naam van Andrew de Moray van alle officiële dokumenten. Verondersteld wordt dat hij op dit tijdstip bezweken zou zijn aan zijn opgelopen verwondingen van Stirling.

Zijn opkuis operatie vervolgend, viel Wallace Cupar Castle aan en hij bezette het ook. Daarbij doodde hij het ganse garnizoen (200 man). De Engelsen verlieten overal ten lande hun stellingen en trokken zuidwaarts richting Engeland. De garnizoenen die niet wilden wijken waren gevestigd in Edinburgh, Dunbar, Roxburgh and Berwick Doch tegen de derde week van oktober 1297 bevond er zich geen enkele Engelse soldaat meer op Schotse bodem.

De terugtrekkende Engelsen plunderden, verbrandden boerderijen, vernietigden gewassen en doodden al het vee op hun weg. De winter stond voor de deur, Schotland stond voor een harde tijd van hoger en ontbering.

18 oktober 1297; om de nood van hongerlijdend Schotland te verzachten maakte hij plannen om Engeland binnen te vallen. De noordelijke provincies hadden immers voedsel en vee genoeg en Wallace wou de Engelsen tonen dat Schotland een macht was waar rekening moest mee gehouden worden. Hij verzamelde  het Schots leger op Roslin Moor en marcheerde naar he zuiden, de rivier Tweed overstekend richting Northumberland.

Rond Kerstmis 1297 stak William Wallace opnieuw de Tweed over nadat hij zonder schroom de noordelijke provincies Durham, Cumbria en Northumbria had leeggehaald.