De Highland dress en de tartan behoren tot de
krachtigste, meest romantische en tegelijk de meest dramatische der Schotse
symbolen. Er werd ooit beweerd dat 'een man in een kilt' telde voor
'anderhalve man', omdat de kilt zou gezorgd hebben voor extra postuur van de
drager. Het is absoluut geen toeval dat de kilted 51ste Highland Division
door de Duitsers werd beschouwd als de meest indrukwekkende formatie die zij
in de loop van de Eerste Wereldoorlog hadden gezien.
In elk geval had de Britse regering dit al vroeg in
de gaten toen zij na de nederlaag van Bonnie Prince Charlie in 1745 het
dragen van de kilt bande, evenals de tartan, die zij zag als een gevaar
voor de verderzetting van de rebellie tegen de kroon. Overtreders werden
gedood of naar de kolonies gestuurd.
De vorm van de Highland dress heeft altijd veel te
danken gehad aan het leger. Het waren de Highland regimenten die de
kilt en de tartan in stad hielden tot het in 1782 opnieuw geduld werd.
Vóór die tijd was het de Schotten enkel toegelaten om Schotse goederen te
dragen als ze dienst namen in het Britse leger. Pipers (doedelzakspelers)
mochten de kilt wel dragen, maar meestal alleen in de kleuren van het
regiment. Andere dienstplichtigen mochten enkel de balmoral drage met daarop
het embleem van hun clan.
Vandaag wordt de kilt beschouwd als de nationale klederdracht. In feite
begon het te leven als een Highlands fenomeen. De Lowlanders, die altijd de
meerderheid van de Schotse bevolking hadden uitgemaakt beschouwden de kilt
als iets barbaars, van weinig smaak getuigend en minachting van de normale
levensstijl.
Maar vandaag de dag draagt iedereen, die ook maar de kleinste vorm van
Schotse afkomst kan aantonen, de kilt met fierheid. Zelfs Lowland chiefs en
hun volgers kleden zich volgens de Highland code, in contradictie met de
minachting die hun voorouders tentoon spreidden.
De kilt zelf was in zijn originele vorm een zeer eenvoudig concept.
Het hoefde geen naaiwerk of aanpassing van bvb knopen. De tartan stof was
een doek van ongeveer 2 meter in breedte en 4 tot 6 meter in lengte. Deze
oervorm van de kilt noemde men de "Breacan". De Feileadh Bhreacain
en de Feileadh Mor (de grote kilt) verwezen meestal naar een geplooide
plaid.
De Breacan had vele voordelen in het Highland klimaat en terrein. Het
gaf een grote vorm van bewegingsvrijheid, het was warm, het bovenste
gedeelte kon dienen als een enorme mantel die de drager beschermde tegen het
weer. De stof droogde erg snel in tegenstelling tot het kille ongemak van
een lange broek. Eens losgemaakt kon de hele stof dienen als deken tijdens
de kille nachten.
De dichtheid van de stof maakte de tartan zo goed als waterafstotend.
Wanneer in een gevecht de drager moest beschikken over volledige
vrijheid, kon het bovenstuk makkelijk losgemaakt worden en in het onderstuk
worden gestoken.
Voor gewone dracht van de kilt mag vandaag de plooikilt aangetrokken
worden, meestal in een tartan behorend tot een clan.
De kilt mag met de onderboord niet
lager reiken dan het midden van de knieschijf.
De dagelijkse jas en vest die bij de kilt worden gedragen moeten
gemaakt zijn van tweed of een lichtere zomerstof. De afwerking van de knopen
dient in hoorn te zijn. Zilveren knopen zijn de laatste jaren echter meer en
meer in.
De sporran of buidel mag bestaan uit leder voor dagelijks gebruik; het
vel van de das, zeehond of hermelijn kan dienen voor avondkledij. Gelukkig zijn
er de laatste jaren diervriendelijkere versies op de markt gebracht.
Qua schoenen kan je best kiezen voor exemplaren met een gesp. Gillies
of een lichte lederen schoen die op gillies lijken draag je meestal als je
naar een dansfestijn gaat. Voor dagelijks gebruik bij de kilt volstaat
eender welke lederen schoen.
De "Balmoral" muts is de populairste onder de hoofddeksels.
En het benadert het best de wijde, oude Highlander muts. Meestal is ze
donkerblauw, groen of bruin met een rode pom-pom.
Het dragen van een "dirk" (lange dolk) is niet verplicht,
maar wordt gedragen op het middel. Een "sgian-dubh" (kleine dolk)
wordt gedragen in de rechterkous bij elke gelegenheid.
De kilt is een mannelijk kledingstuk en wordt
NOOIT gedragen door vrouwen behalve bij Highland dancing competities.
The Feileadh Beg, of de kleine kilt, is de versie die vandaag wordt
gedragen. In essetie is het het onderste gedeelte van de oude plaid waarbij
het achterste deel genaaid is in dubbele plooien. De uiteinden van de mini
plaid worden vooraan over mekaar geslagen en vast gehouden door de riem met
gesp.
Het mag een schok zijn voor de Schotten om te ontdekken dat de kleine
kilt werd gepopulariseerd door een Engelsman, een zekere Rawlinson, die
tewerkgesteld was als manager van een ijzersmelterij in
Lochaber. Hij paste de toen bestaande kilt aan voor zijn werknemers om meer
vrijheid in hun bewegingen te krijgen om dus harder te kunnen werken.