Robert
I, King of Scots
Middeleeuws
Keltisch: Roibert a Briuis; Modern Schots Keltisch: Raibeart Bruis;
Normandisch Frans: Robert de Brus of Robert de Bruys;

Geboren
op 11 juli 1274 - overleden op 7 juni 1329,
beter bekend als Robert the Bruce in het hedendaags Engels, was koning van
Schotland van 1306 tot aan zijn dood in 1329.
Hoewel
zijn familie langs vaders zijde afstamde van Normandië (Brieux), en de
familie langs moeders kant Schots-Keltisch was, werd hij toch één van
Schotlands grootste koningen en een befaamd krijger van zijn
generatie.
Hij
leidde zijn
land in de Schotse Onafhankelijkheidsoorlogen tegen het koninkrijk
Engeland. Hij eiste de kroon op omwille dat hij een
achter-achter-achter-achterkleinzoon was van David I van Schotland.
Zijn
lichaam ligt begraven in Dunfermline Abbey, terwijl zijn hart rust in
Melrose Abbey. Het was de bedoeling dat zijn hart zou worden meegenomen op
een kruisvaart naar het Heilige Land, maar het raakte niet verder dan het
door de Moren bezette Granada. Daar diende het wel als talisman voor de
Schotse troepen in de Slag om Teba.
Achtergrond
en jeugd
Bruce
was het eerste kind van Robert de Brus, 6th Lord of Annandale (+1304) en
Marjorie, Countess of Carrick, (+1292) dochter van Niall, Earl of Carrick.
Zijn moeder was, naar verluidt, een sterke vrouw die, volgens de
overlevering, de vader van Robert Bruce vast hield tot hij instemde om met
haar te trouwen.
Van
zijn moeder erfde hij het Keltisch graafschap van Carrick en langs vaders
kant kreeg hij het recht om aanspraak te maken op de Schotse troon. Hoewel
de datum van zijn geboorte definitief bevestigd is, is de geboorteplaats
dit echter niet. Waarschijnlijk werd hij geboren in Turnberry
Castle in Ayrshire, het kasteel van zijn moeder. Er gaan echter ook
claims uit van Lochmaben in Dumfriesshire and Writtle in Engeland.
Van
zijn jeugd is bitter weinig bekend. Hij zou kunnen, zoals het destijds de
gewoonte was, ondergebracht geweest zijn bij een plaatselijke familie.
Andere bronnen spreken dan weer dat Robert aan het Engelse hof zijn
opvoeding zou gekregen hebben.
We
kunnen aannemen dat Bruce grootgebracht werd met de talen die verbonden
waren aan zijn land en afkomst: Gaelic, Normandisch Frans en Latijn. Hoewel
er geen direkt bewijs bestaat, is het niet denkbeeldig dat hij ook Engels
kon praten.
Robert
zijn eerste verschijning in de geschiedenis is terug te vinden op een
getuigenlijst van een charter dat uitgevaardigd werd door Alasdair
MacDomhnaill, Lord of Islay. Zijn naam komt voor in het gezelschap van de
bisschop van Argyll, the pastor van Arran, een geestelijke van Kintyre,
zijn eigen vader en een rist van Keltische notarissen uit Carrick.
Hij
beschouwde de uitslag van de 'Great Cause' in 1292 als een grote
onrechtvaardigheid. Dit bepaalde dat de Schotse kroon aan een verre verwant
werd gegeven, namelijk John Balliol. Volgens Robert was het zijn eigen
familie die het voorrecht hadden op de titel. Vlak daarop stond zijn
grootvader, Robert de Brus, 5th Lord of Annandale, zijn titel af aan zijn
zoon, Robert de Brus, de vader van Robert. Robert de Brus had toen al zijn
graafschap overgedragen op zijn zoon, Robert Bruce op de dag van het
overlijden van zijn vrouw in 1292. Zowel vader als zoon Bruce kozen de
zijde van Edward I tegen John Balliol. Hoewel Balliol de keuze bleek te
zijn van Edward omdat hij dacht dat Balliol een zwakke figuur was en dus
makkelijk manipuleerbaar.
In
April 1294 kreeg de jonge Bruce de toestemming van Edward I om anderhalf
jaar naar Ierland te gaan. Als extra gunst verleende Edward de jonge Robert
ook kwijtschelding van al zijn persoonlijke schulden tegenover de Engelse
staatskas.
In
1295 trouwde Robert met zijn eerste vrouw, Isabella
of Mar (+vóór 1302). Zij was de dochter van Donald,
10th Earl of Mar.
Het
begin van de
'wars of independence'
(Onafhankelijkheidsoorlogen)
In
augustus 1296 zwoeren Bruce en zijn vader trouw aan Edward
I van Engeland in Berwick-upon-Tweed. Doch het jaar volgend op de
hernieuwing van zijn eed, voegde Bruce zich bij de Schotse opstand tegen
diezelfde Edward.
Al
snel (zomer van 1297) ontving hij brieven om zich dringend aan te sluiten
bij de bevelhebber van Edward in Schotland,
Op
7 jul werden Bruce en zijn volgers onder dwang verplicht om een
overeenkomst te ondertekenen die de 'overgave vanIrvine' heette. De
betroken Schotse Lords moeten weliswaar niet dienen tegen hun wil in Europa
als ze in ruil volledige trouw zouden zweren aan Edward I. De bisschop van
Glasgow, James the Steward en Sir Alexander Lindsay zouden persoonlijk borg
staan voor Bruce zolang zijn kleine dochter Marjorie als gijzelaar
vastgehouden werd.
Vlak
na de Battle
of Stirling Bridge liep Bruce over naar het Schotse kamp. Annandale werd
verwoest en hij brandde het door de Engelsen bezet kasteel in Ayr plat.
Doch toen Edward zegevierend terug naar Engeland ging na de Battle of
Falkirk, werden noch Annandale noch Carrick verdeeld onder de nobelen.
Bruce werd behandeld als een twijfelaar over wiens trouw steeds te praten
viel.
Nadat
William
Wallace zijn functie als Guardian
of Scotland had opgegeven na de Battle
of Falkirk, werd hij opgevolgd door Robert Bruce en John
Comyn als gezamenlijke Guardians. Zij konden echter hun persoonlijke
kwesties niet opzij zetten, wat leidde ot een bittere tweestrijd binnen het
land.
Comyn
werd de vijand van Bruce omdat hij, als neef en aanhanger van John Balliol,
eveneens aanspraak wou maken op de kroon. In 1299 werd William
Lamberton, bisschop van St. Andrews, aangesteld als derde, neutrale Guardian
met als opdracht de gemoederen te bedaren tussen de beide vechthanen. Het
volgende jaar zei Bruce zijn functie op en werd vervangen door Sir
Gilbert, 1st Lord de
Umfraville,
Earl of Angus.
In
mei 1301 gaven zowel de Umfraville, Comyn en Lamberton er de brui aan. Hun
posities werd ingenomen door één enkele man: Sir John
de Soules. Soules werd grotendeels naar voren geschoven, niet alleen omdat
hij een patriot was, maar vooral omdat hij geen van beide kampen
(Bruce-Comyn) aanhing. Hij was een actieve Guardian die herhaalde pogingen
ondernam om koning John terug op de Schotse troon te krijgen.
In
juli lanceerde Edward I zijn zesde campagne tegen Schotland. Hij veroverde
de kastelen van Bothwel en Turnberry maar bracht weinig schade aan aan de
Schotse weerstand. In januari 1302 stemde hij in om een bestand af te
sluiten dat negen maanden zou duren. Rond deze tijd onderwierpen vreemd
genoeg, Bruce en enkele andere nobelen zich opnieuw aan de heerschappij van
Edward.
De
geruchten dat Balliol opnieuw de troon zou bestigen werden talrijker.
Soules, die waarschijnlijk door koning John was aangesteld, steunde deze
terugkeer (zoals dmeeste edelen waarschijnlijk). Dit zou betekenen dat het
geslacht van de Bruces nooit nog een kans op de troon zou krijgen.
Robert the Bruce en Elizabeth de Burgh
Hoewel
recent ervoor hij zijn steun aan Edward had gegeven, schreef Bruce toch een
brief aan de monniken van Melrose Abbey in maart 1302, vragend om hun steun
en aanwezigheid in zijn leger. Bruce zette dit reht door te stellen dat hun
hulp echter maar vereist zou zijn indien het nationaal belang in het
gedrang zou komen .
Bruce
trouwde met zijn tweede vrouw in datzelfde jaar, Elizabeth de Burgh (+26
oktober 1327). Met Elizabeth had hij vier kinderen: David
II, John (stierf in zijn kindertijd), Matilda en Margaret.
In
1303 viel Edward opnieuw Schotland binnen en stootte via Edinburgh door
naar Perth.
John Comyn, die intussentijd de rol van Guardian of Scotland had
overgenomen durfde niet te hopen om Edwards leger te verslaan. Edward bleef
in Perth tot juli. Daarna trok hij in één maand via Dundee, Brechin en
Montrose naar Aberdeen. Vanuit Aberdeen marcheerde hij richting Moray en
Badenoch alvorens terug naar Dunfermline af te zakken. Het land was nu
volledig aan hem onderworpen, evenals al de leidende figuren van Schotland,
behalve één : William Wallace !
De
voorwaarden van de overgave werden onderhandeld door John Comyn. De wetten
en vrijheden zouden dezelfde blijven als deze ten tijde van Alexander III.
Wijzigingen zouden eerst moeten voorgelegd worden aan Edward via de Schotse
edelen.
In
juni 1304, na getuige geweest te zijn van de heroïsche daden van hun
landgenoten tijdens de belegering van Stirling Castle door Edward, sloten Bruce
en William Lamberton een pact in “friendship and alliance against all men.”
(in vriendschap en tegen iedereen).
Als
één van beiden het pact ooit zou verbreken zou hij aan de ander een som
van tienduizend pond verschuldigd zijn.
Opnieuw
dwong Edward de edelen en de steden om eer aan hem te
bewijzen. Schotland was weerloos. Men richtte een
parlement op om later dat jaar de bestuursregels van het land vast te
leggen tijdens de debatten in het Engels parlement. Hoewel de schijn werd
gewekt dat de Schotten deel zouden uitmaken van het beleid, waren het toch
de Engelsen die de volledige macht in handen hielden. De Earl of Richmond
stond aan het hoofd van het contingent Schotse 'regeerders'
Terwijl
al het vorige zich voltrok, werd William Wallace gevangen genomen nabij
Glasgow, naar London gebracht en vermoord op 23 augustus 1305.
Kroning
tot
King of Scots
(Koning der Schotten)
In
september 1305 beval Edward aan Robert Bruce om zijn kasteel in Kildrummy
zogezegd ter beschikking te houden. Hiermee liet Edward duidelijk verstaan
dat hij vond dat Bruce niet meteen te vertrouwen viel en misschien wel
plannen zou kunnen aan het maken zijn achter Edwards rug.
Bruce,
de Earl
of Carrick en nu ook de zevende Lord
of Annandale, had landgoederen en eigendommen in Schotland, een 'Barony'
(klein graafschap) en een aantal kleinere bezittingen in Engeland. Zijn
claim op de Schotse troon was er nog steeds. Maar hij had ook de
verantwoordelijkheid voor de bescherming van een redelijk grote familie.
Als
hij de troon zou opeisen zou hij het land opnieuw in en reeks oorlogen
verwikkelen. En als hij hierin zou falen zou hij iedereen en alles wat
hij kende
opofferen om zijn doel te bereiken.
Bruce
en de rest van zijn familie trouwens, hadden een sterk geloof in het recht
op de troon. Echter, zijn wisselende allianties tussen de Schotse en Engelse
belangen maakte dat hij als niet standvastig en moeilijk betrouwbaar werd
aanzien. Zijn ambitie kreeg daarbij nog een flinke deuk door toedoen van John
Comyn. Comyn was resoluter in het verzet tegen de agressor die Edward
heette. John Comyn was tevens de machtigste edelman in Schotland en had vele connecties met andere
vooraanstaande edelen in zowel Schotland als Engeland. Ook hij had
een sterke zaak in het opeisen van de Schotse troon doordat hij stamde van
een Keltische monarchie en vooral omdat hij de neef van John Balliol was. Om deze
bedreiging te neutraliseren nodigde Bruce Comyn uit op een 'wapenstilstand
meeting' in Dumfries op 10 februari 1306.
Er
ontstond een dispuut onder beide mannen; Bruce
viel Comyn aan voor het altaar van de kerk van de Greyfriars
monastery, en vluchtte. Twee trouwe volgers van Bruce; Roger de Kirkpatrick en
John Lindsay, zagen dat Comyn nog leefde. Zij betraden de kerk en maakten
een eind aan het leven van John 'Red' Comyn. Bruce werd geëxcommuniceerd omwille van deze daad, eerst door de kerk, daarna door de adel en
uiteindelijk door het land zelf.
Zichzelf
realiserend dat hij nu gekenmerkt was, zag hij maar twee mogelijke
oplossingen om uit deze situatie te geraken: koning worden of een
vluchteling blijven. Bruce gooide zich op het veroveren van het
koningschap. Hij werd tot koning Robert I der Schotten gekroond in Scone
nabij Perth op 25 maart door Isabella MacDuff, Countess of Buchan, (zijn
minnares volgens de Engelsen). Zij eiste het aloude familierecht op om de
koning te kronen. Bruce was nu wel koning der Schotten maar had geen
koninkrijk.Zijn verwoede pogingen kenden pas sukses na de dood van Edward
I.
Van
Scone tot
Bannockburn
In
juni 1306 werd het leger van Robert I verslagen in de Battle
of Methven en twee maanden later werd hij verrast door de Engelsen in
Strathfillan, waar hij ondergedoken leefde. De vrouwen van zijn familie
werden naar Kildrummy gestuurd in januari
1307. Bruce, nagenoeg zonder enige aanhanger, vluchtte naar Rathlin
Island aan de noordkust van Ierland.
Edward I
marcheerde nogmaals noordwaarts in de daaropvolgende lente. Op zijn tocht
verklaarde Edward al de Schotse bezittingen van Bruce verbeurd en verdeelde
hij het geheel onder zijn eigen volgelingen. Hij liet Bruce eveneens
officieel verbannen verklaren.
De
koningin, Elizabeth, zijn dochter Marjorie en zijn zuster Mary werden
gevangen genomen en opgesloten in een klooster in Tain. Op deze plaats werd
ook zijn broer Niall geëxecuteerd.
Maar
op 7 juli stierf Edward I. Plots stond Bruce nu tegenover diens zwakkere
zoon, Edward II.
Bruce
en zijn volgelingen keerden in twee groepen terug naar het Schotse
vasteland in februari. De ene groep, geleid door Bruce zelf en zijn broer
Edward ging naar Turnberry. Zij startten meteen een guerilla oorlog in het
zuidwesten van het land.
De
andere groep werd geleid door zijn andere broers Thomas and
Alexander. Vlak na hun aankomst zuidelijk van Loch Ryan, werd zij gevat en
terechtgesteld.
In April
won Bruce een kleine slag tegen de Engelsen in de Battle
of Glen Trool, alvorens Aymer
de Valence, 2nd Earl of Pembroke te verpleteren in de Battle
of Loudoun Hill. Hij gaf zijn broer het commando over Galloway, terwijl
hijzelf zijn operaties verplaatste naar de provincie Aberdeenshire. Bruce
leverde onderweg nog een aantal keren slag tegen o.a. John
Comyn, 3rd Earl of Buchan in de Battle
of Inverurie in mei 1308 en de Battle
of Pass of Brander. Hij veroverde tenslotte Dunstaffnage
Castle.
In
maart 1309 installeerde hij zijn eerste parlement in St Andrews. Tegen
augustus had hij de volledige controle over het noordelijk deel van
Schotland, boven de rivier Tay. Het jaar erop erkende de kerk zijn gezag
als koning tijdens een concilie. Deze steun betekende een enorme zet voor
zijn politieke carrière.
De
volgende drie jaren verlorn de Engelsen kasteel na kasteel door
herverovering van Bruces troepen : Linlithgow
in 1310, Dumbarton
in 1311 en Perth, door Bruce persoonlijk geleid in januari 1312. Bruce deed
ook raids op noordelk Engels grondgebied, in suksesvolle navolging van wat
William Wallace had gedaan in 1297.
In
de lente van 1314 leidde Edward
Bruce het beleg van Stirling
Castle. De regeerder, Sir
Philip de Mowbray, stemde ermee in om het kasteel ovr te dragen
indien hij niet zou worden afgelost door verse troepen voor 24 juni 1314. In
maart 1314 veroverde Sir
James Douglas Roxburgh en Randolph nam Edinburgh
Castle in.
Bruce inspecteert de troepen voor de slag
van Bannockburn 1314
Na
acht vermoeiende jaren van opzettelijk uit de weg gaan om met de Engelsen
de confrontatie aan te gaan op vlakke grond was voor de meesten het bewijs
dat Bruce één van de grootste guerillaleiders was van alle tijden.
Bruce
zorgde voor Schotse onafhankelijkheid na de
Bevrijd
van de Engelse dreiging, trokken de Schotse legers over de grens naar
Noord-Engeland. De laatste Engelsen werden verdreven uit Schotland en Bruce
leidde zelf een aantal aanvallen in de graafschappen Yorkshire en
Lancashire.
Bruce
en
Ierland
Begeesterd
door de militaire suksessen van Bruce trokken zijn legers ook Ierland
binnen in 1315, zogezegd om het land te bevrijden van de Engelse bezetter,
maar waarschijnlijk was de echte reden een tweede front te openen in de
oorlogen tegen de Engelsen. De Ieren kroonden zelfs Edward Bruce als High
King of Ireland in 1316. Robert trok later met een ander leger naar zijn
broer om hem bij te staan.
Tesamen
met de invasie van Ierland populariseerde Bruce de idee van een
ideologischevisie van een "Pan-Gaelic Greater Scotia" (een
Keltisch alomvattend Schotland) met zijn Huis regerend over beide landen.
Zijn propaganda campagne werd geholpen door twee factoren: zijn huwelijk in
1302 met een afstammeling van de de Burgh familie va, het Earldom
of Ulster in Ierland en Bruce zelf was van moeders oorsprong
Keltisch.
Dit
komt duidelijk naar voren in een brief die hij verstuurde naar de Ierse
chiefs waarin hij de Schotse en Ierse landen beschrijft als 'nostra nacio'
(onze natie), hierbij de gemeenschappelijke taal, de gebruiken en het
erfgoed van beide volken benadrukkend:
|
|
Whereas we and you and our people and your
people, free since ancient times, share the same national ancestry and
are urged to come together more eagerly and joyfully in friendship by a
common language and by common custom, we have sent you our beloved
kinsman, the bearers of this letter, to negotiate with you in our name
about permanently strengthening and maintaining inviolate the special
friendship between us and you, so that with God's will our nation
(nostra nacio) may be able to recover her ancient liberty.
Daar waar wij en
u en uw volk, vrij sedert Oude tijden, dezelfde nationale afstamming
delen en in taal heel graag in volle vriendschap naderbij willen komen,
hebben wij u deze brief via ons teerbeminde familielid bezorgd om met u
in onze naam een permanente vriendschapsband te maken, te verstevigen
en te onderhouden, op een manier dat onze natie (nostra nacio) onder
Gods wil haar vrijheid zou kunnen heroveren
|
|
De
diplomatiek van Bruce werkte gedeeltelijk, tenminste in Ulster waar de
Schotten de steun hadden. De Ierse chief
De
Bruce campagne in Ierland werd ook gekenmerkt door enkele militaire
suksessen. Echter, de Schotten faalden in het overhalen van de andere
chiefs en de bevolking van het zuiden van het land. Voor hen maakte het
geen verschil of het de Engelsen of de Schotten waren die het land bezet
hielden. Uiteindelijk werd de hele zaak opgegeven toen Edward Bruce
sneuvelde in de Battle
of Faughart.
Diplomatie
Robert
Bruce's regeerperiode kende ook een aantal diplomatieke prestaties: De
"Declaration
of Arbroath" in 1320 verstevigde zijn positie als koning, voral
tegenover de Kerk. Paus Johannes XXII verklaarde uiteindelijk de ban over
Bruce als opgeheven.
In
Mei van 1328 ondertekende koning Edward
III of England het verdrag "Treaty
of Edinburgh-Northampton", waarin Schotland werd erkend als een
onafhankelijk koninkrijk en Bruce als koning.
Familie
Robert
Bruce had een grote familie naast zijn vrouw Elizabeth en hun beider
kinderen. Hij had zijn broers Edward,
Alexander, Thomas en Niall, zijn zussen Christina, Isabel (Koningin van
Noorwegen),
Margaret, Matilda en Mary, zijn neven Donald
II, Earl of Mar en Thomas
Randolph, 1st Earl of Moray.
Hij
had ook een aantal buitenechtelijke kinderen bij onbekende vrouwen. Zijn
zoons waren Sir
Robert (+12
August 1332 in de Battle
of Dupplin Moor); Walter, van Odistoun aan de rivier the Clyde, die voor
zijn vader overleed en Niall, in Carrick (+1346 in de Battle
of Neville's Cross). Zijn dochters waren Elizabeth, Margaret en Christian
van Carrick.
Het
veronderstelde doodsmasker van Robert Bruce (Rosslyn Chapel 1446)
Robert
the Bruce stierf op 7 juni 1329 op zijn landgoed van Cardross nabij
Dumbarton. (De exacte plaats is niet bepaald hoewel er historische
aanwijzigen zijn dat het heel dicht bij het huidige dorp Cardross
zou gelegen hebben.
Hij
zou jaren te lijden hebben gehad van wat geschiedschrijvers uit die tijd
"ongezonde voeding" noemden. Andere bronnen vermelden dat hij zou
gestorven zijn aan lepra zoals zijn vader.
Zijn
lichaam ligt opgebaard in Dunfermline
Abbey, maar volgens de laatste woorden van Sir James Douglas op diens
sterfbed zou het lichaam van Bruce verwijderd zijn geweest uit zijn laatste
rustplaats en werd het hart meegenomen.
Deze
bekentenis herriep een eerder neergeschreven wens van 13 mei 1329, dat zijn
hart moest begraven worden
in het klooster van Melrose. Sir
James Douglas werd gedood tijdens een hinderlaag. Zijn dood voor ogen
hebbend, wierp hij het kistje met het hart van Bruce erin voor zich uit
terwijl hij uitschreeuwde "Onward braveheart,
Douglas shall follow thee or die." (Vooruit Dapper Hart, Douglas zal
je volgen of sterven). Volgens de ronieken van de Fordun Annalen werd het
hart later opgehaald door Sir
William Keith en teruggebracht naar Schotland om begraven te worden
in de abdij van Melrose in Roxburghshire, zoals Bruce het zelf gevraagd
had.
Robert
Bruce liet zijn enige overlevende minderjarige zoon David
II na om hem op te volgen.
Robert's
enige kind uit zijn eerste huwelijk, Marjorie
Bruce, stierf hoogzwanger na een val van haar paard op 2 maart 1316. Het kind
overleefde de klap wel en werd later Robert
II of Scotland, die David II opvolgde en zo de Stewart dynastie stichtte.
Legendes
Volgens
de legende zou Bruce zich tijdens zijn vlucht in de winter van 1305-1306
een tijdje verschuild hebben in een grot ten oosten van Rathlin Island. Daar zou
hij een spin bestudeerd hebben die haar web aan het spinnen was. Telkens de
spin faalde in haar opzet begon ze gewoon opnieuw. Bruce zou hieruit de
inspiratie gehaald hebben om niet op te geven en een reeks van nederlagen
toe te dienen aan de Engelsen na zijn terugkeer op Schotse bodem.
The Bruce in Fictie