MyScotland.be         Robert Bruce  

         

Home Over Schotland Bezoek Schotland Geschiedenis Benelux Gallery Contact

Learn Gaelic in Fife

CEARCALL COMHRAIDH FIOBHA

 

Last updated

06/01/2012 02:04:31

                   

 

 

 

 

   The Braveheart pages 

                    

          

           

Robert The Bruce

                                         

Robert I, King of Scots 

Middeleeuws Keltisch: Roibert a Briuis; Modern Schots Keltisch: Raibeart Bruis; Normandisch Frans: Robert de Brus of Robert de Bruys; 

Geboren op 11 juli 1274 - overleden op 7 juni 1329, beter bekend als Robert the Bruce in het hedendaags Engels, was koning van Schotland van 1306 tot aan zijn dood in 1329.

Hoewel zijn familie langs vaders zijde afstamde van Normandië (Brieux), en de familie langs moeders kant Schots-Keltisch was, werd hij toch één van Schotlands grootste koningen en een befaamd krijger van zijn generatie. 

Hij leidde zijn land in de Schotse Onafhankelijkheidsoorlogen tegen het koninkrijk Engeland. Hij eiste de kroon op omwille dat hij een achter-achter-achter-achterkleinzoon was van David I van Schotland.

Zijn lichaam ligt begraven in Dunfermline Abbey, terwijl zijn hart rust in Melrose Abbey. Het was de bedoeling dat zijn hart zou worden meegenomen op een kruisvaart naar het Heilige Land, maar het raakte niet verder dan het door de Moren bezette Granada. Daar diende het wel als talisman voor de Schotse troepen in de Slag om Teba.

 

Achtergrond en jeugd

Bruce was het eerste kind van Robert de Brus, 6th Lord of Annandale (+1304) en Marjorie, Countess of Carrick, (+1292) dochter van Niall, Earl of Carrick. Zijn moeder was, naar verluidt, een sterke vrouw die, volgens de overlevering, de vader van Robert Bruce vast hield tot hij instemde om met haar te trouwen.

Van zijn moeder erfde hij het Keltisch graafschap van Carrick en langs vaders kant kreeg hij het recht om aanspraak te maken op de Schotse troon. Hoewel de datum van zijn geboorte definitief bevestigd is, is de geboorteplaats dit echter niet. Waarschijnlijk werd hij geboren in Turnberry Castle in Ayrshire, het kasteel van zijn moeder. Er gaan echter ook claims uit van Lochmaben in Dumfriesshire and Writtle in Engeland.

Van zijn jeugd is bitter weinig bekend. Hij zou kunnen, zoals het destijds de gewoonte was, ondergebracht geweest zijn bij een plaatselijke familie. Andere bronnen spreken dan weer dat Robert aan het Engelse hof zijn opvoeding zou gekregen hebben. 

We kunnen aannemen dat Bruce grootgebracht werd met de talen die verbonden waren aan zijn land en afkomst: Gaelic, Normandisch Frans en Latijn. Hoewel er geen direkt bewijs bestaat, is het niet denkbeeldig dat hij ook Engels kon praten.

Robert zijn eerste verschijning in de geschiedenis is terug te vinden  op een getuigenlijst van een charter dat uitgevaardigd werd door Alasdair MacDomhnaill, Lord of Islay. Zijn naam komt voor in het gezelschap van de bisschop van Argyll, the pastor van Arran, een geestelijke van Kintyre, zijn eigen vader en een rist van Keltische notarissen uit Carrick.

Hij beschouwde de uitslag van de 'Great Cause' in 1292 als een grote onrechtvaardigheid. Dit bepaalde dat de Schotse kroon aan een verre verwant werd gegeven, namelijk John Balliol. Volgens Robert was het zijn eigen familie die het voorrecht hadden op de titel. Vlak daarop stond zijn grootvader, Robert de Brus, 5th Lord of Annandale, zijn titel af aan zijn zoon, Robert de Brus, de vader van Robert. Robert de Brus had toen al zijn graafschap overgedragen op zijn zoon, Robert Bruce op de dag van het overlijden van zijn vrouw in 1292. Zowel vader als zoon Bruce kozen de zijde van Edward I tegen John Balliol. Hoewel Balliol de keuze bleek te zijn van Edward omdat hij dacht dat Balliol een zwakke figuur was en dus makkelijk manipuleerbaar.

In April 1294 kreeg de jonge Bruce de toestemming van Edward I om anderhalf jaar naar Ierland te gaan. Als extra gunst verleende Edward de jonge Robert ook kwijtschelding van al zijn persoonlijke schulden tegenover de Engelse staatskas.

In 1295 trouwde Robert met zijn eerste vrouw, Isabella of Mar (+vóór 1302). Zij was de dochter van Donald, 10th Earl of Mar.

Het begin van de 'wars of independence' (Onafhankelijkheidsoorlogen)

In augustus 1296 zwoeren Bruce en zijn vader trouw aan Edward I van Engeland in Berwick-upon-Tweed. Doch het jaar volgend op de hernieuwing van zijn eed, voegde Bruce zich bij de Schotse opstand tegen diezelfde Edward.

Al snel (zomer van 1297) ontving hij brieven om zich dringend aan te sluiten bij de bevelhebber van Edward in Schotland,

Op 7 jul werden Bruce en zijn volgers onder dwang verplicht om een overeenkomst te ondertekenen die de 'overgave vanIrvine' heette. De betroken Schotse Lords moeten weliswaar niet dienen tegen hun wil in Europa als ze in ruil volledige trouw zouden zweren aan Edward I. De bisschop van Glasgow, James the Steward en Sir Alexander Lindsay zouden persoonlijk borg staan voor Bruce zolang zijn kleine dochter Marjorie als gijzelaar vastgehouden werd.

Vlak na de Battle of Stirling Bridge liep Bruce over naar het Schotse kamp. Annandale werd verwoest en hij brandde het door de Engelsen bezet kasteel in Ayr plat. Doch toen Edward zegevierend terug naar Engeland ging na de Battle of Falkirk, werden noch Annandale noch Carrick verdeeld onder de nobelen. Bruce werd behandeld als een twijfelaar over wiens trouw steeds te praten viel.

Nadat William Wallace zijn functie als Guardian of Scotland had opgegeven na de Battle of Falkirk, werd hij opgevolgd door Robert Bruce en John Comyn als gezamenlijke Guardians. Zij konden echter hun persoonlijke kwesties niet opzij zetten, wat leidde ot een bittere tweestrijd binnen het land.

Comyn werd de vijand van Bruce omdat hij, als neef en aanhanger van John Balliol, eveneens aanspraak wou maken op de kroon. In 1299 werd William Lamberton, bisschop van St. Andrews, aangesteld als derde, neutrale Guardian met als opdracht de gemoederen te bedaren tussen de beide vechthanen. Het volgende jaar zei Bruce zijn functie op en werd vervangen door Sir Gilbert, 1st Lord de Umfraville, Earl of Angus.

In mei 1301 gaven zowel de Umfraville, Comyn en Lamberton er de brui aan. Hun posities werd ingenomen door één enkele man: Sir John de Soules. Soules werd grotendeels naar voren geschoven, niet alleen omdat hij een patriot was, maar vooral omdat hij geen van beide kampen (Bruce-Comyn) aanhing. Hij was een actieve Guardian die herhaalde pogingen ondernam om koning John terug op de Schotse troon te krijgen.

In juli lanceerde Edward I zijn zesde campagne tegen Schotland. Hij veroverde de kastelen van Bothwel en Turnberry maar bracht weinig schade aan aan de Schotse weerstand. In januari 1302 stemde hij in om een bestand af te sluiten dat negen maanden zou duren. Rond deze tijd onderwierpen vreemd genoeg, Bruce en enkele andere nobelen zich opnieuw aan de heerschappij van Edward.

De geruchten dat Balliol opnieuw de troon zou bestigen werden talrijker. Soules, die waarschijnlijk door koning John was aangesteld, steunde deze terugkeer (zoals dmeeste edelen waarschijnlijk). Dit zou betekenen dat het geslacht van de Bruces nooit nog een kans op de troon zou krijgen.

Robert the Bruce and Elizabeth de Burgh

Robert the Bruce en Elizabeth de Burgh

 

Hoewel recent ervoor hij zijn steun aan Edward had gegeven, schreef Bruce toch een brief aan de monniken van Melrose Abbey in maart 1302, vragend om hun steun en aanwezigheid in zijn leger. Bruce zette dit reht door te stellen dat hun hulp echter maar vereist zou zijn indien het nationaal belang in het gedrang zou komen .  

Bruce trouwde met zijn tweede vrouw in datzelfde jaar, Elizabeth de Burgh (+26 oktober 1327). Met Elizabeth had hij vier kinderen: David II, John (stierf in zijn kindertijd), Matilda en Margaret.

In 1303 viel Edward opnieuw Schotland binnen en stootte via Edinburgh door naar Perth. John Comyn, die intussentijd de rol van Guardian of Scotland had overgenomen durfde niet te hopen om Edwards leger te verslaan. Edward bleef in Perth tot juli. Daarna trok hij in één maand via Dundee, Brechin en Montrose naar Aberdeen. Vanuit Aberdeen marcheerde hij richting Moray en Badenoch alvorens terug naar Dunfermline af te zakken. Het land was nu volledig aan hem onderworpen, evenals al de leidende figuren van Schotland, behalve één : William Wallace !

De voorwaarden van de overgave werden onderhandeld door John Comyn. De wetten en vrijheden zouden dezelfde blijven als deze ten tijde van Alexander III. Wijzigingen zouden eerst moeten voorgelegd worden aan Edward via de Schotse edelen.

In juni 1304, na getuige geweest te zijn van de heroïsche daden van hun landgenoten tijdens de belegering van Stirling Castle door Edward, sloten Bruce en William Lamberton een pact in “friendship and alliance against all men.” (in vriendschap en tegen iedereen).

Als één van beiden het pact ooit zou verbreken zou hij aan de ander een som van tienduizend pond verschuldigd zijn.

Opnieuw dwong Edward de edelen en de steden om eer aan hem te bewijzen.     Schotland was weerloos. Men richtte een parlement op om later dat jaar de bestuursregels van het land vast te leggen tijdens de debatten in het Engels parlement. Hoewel de schijn werd gewekt dat de Schotten deel zouden uitmaken van het beleid, waren het toch de Engelsen die de volledige macht in handen hielden. De Earl of Richmond stond aan het hoofd van het contingent Schotse 'regeerders'

Terwijl al het vorige zich voltrok, werd William Wallace gevangen genomen nabij Glasgow, naar London gebracht en vermoord op 23 augustus 1305.

 

Kroning tot King of Scots (Koning der Schotten)

In september 1305 beval Edward aan Robert Bruce om zijn kasteel in Kildrummy zogezegd ter beschikking te houden. Hiermee liet Edward duidelijk verstaan dat hij vond dat Bruce niet meteen te vertrouwen viel en misschien wel plannen zou kunnen aan het maken zijn achter Edwards rug. 

Bruce, de Earl of Carrick en nu ook de zevende Lord of Annandale, had landgoederen en eigendommen in Schotland, een 'Barony' (klein graafschap) en een aantal kleinere bezittingen in Engeland. Zijn claim op de Schotse troon was er nog steeds. Maar hij had ook de verantwoordelijkheid voor de bescherming van een redelijk grote familie.

Als hij de troon zou opeisen zou hij het land opnieuw in en reeks oorlogen verwikkelen. En als hij hierin zou falen zou hij iedereen en alles wat hij kende opofferen om zijn doel te bereiken.

Bruce en de rest van zijn familie trouwens, hadden een sterk geloof in het recht op de troon. Echter, zijn wisselende allianties tussen de Schotse en Engelse belangen maakte dat hij als niet standvastig en moeilijk betrouwbaar werd aanzien. Zijn ambitie kreeg daarbij nog een flinke deuk door toedoen van John Comyn. Comyn was resoluter in het verzet tegen de agressor die Edward heette. John Comyn was tevens de machtigste edelman in Schotland en had vele connecties met andere vooraanstaande edelen in zowel Schotland als Engeland.  Ook hij had een sterke zaak in het opeisen van de Schotse troon doordat hij stamde van een Keltische monarchie en vooral omdat hij de neef van John Balliol was. Om deze bedreiging te neutraliseren nodigde Bruce Comyn uit op een 'wapenstilstand meeting' in Dumfries op 10 februari 1306.

Er ontstond een dispuut onder beide mannen; Bruce viel Comyn aan voor het altaar van de kerk van de Greyfriars monastery, en vluchtte. Twee trouwe volgers van Bruce; Roger de Kirkpatrick en John Lindsay, zagen dat Comyn nog leefde. Zij betraden de kerk en maakten een eind aan het leven van John 'Red' Comyn. Bruce werd geëxcommuniceerd omwille van deze daad, eerst door de kerk, daarna door de adel en uiteindelijk door het land zelf. 

Zichzelf realiserend dat hij nu gekenmerkt was, zag hij maar twee mogelijke oplossingen om uit deze situatie te geraken: koning worden of een vluchteling blijven. Bruce gooide zich op het veroveren van het koningschap. Hij werd tot koning Robert I der Schotten gekroond in Scone nabij Perth op 25 maart door Isabella MacDuff, Countess of Buchan, (zijn minnares volgens de Engelsen). Zij eiste het aloude familierecht op om de koning te kronen. Bruce was nu wel koning der Schotten maar had geen koninkrijk.Zijn verwoede pogingen kenden pas sukses na de dood van Edward I.

Van Scone tot Bannockburn

In juni 1306 werd het leger van Robert I verslagen in de Battle of Methven en twee maanden later werd hij verrast door de Engelsen in Strathfillan, waar hij ondergedoken leefde. De vrouwen van zijn familie werden naar Kildrummy gestuurd in januari 1307. Bruce, nagenoeg zonder enige aanhanger, vluchtte naar Rathlin Island aan de noordkust van Ierland.

Edward I marcheerde nogmaals noordwaarts in de daaropvolgende lente. Op zijn tocht verklaarde Edward al de Schotse bezittingen van Bruce verbeurd en verdeelde hij het geheel onder zijn eigen volgelingen. Hij liet Bruce eveneens officieel verbannen verklaren. 

De koningin, Elizabeth, zijn dochter Marjorie en zijn zuster Mary werden gevangen genomen en opgesloten in een klooster in Tain. Op deze plaats werd ook zijn broer Niall geëxecuteerd. 

Maar op 7 juli stierf Edward I. Plots stond Bruce nu tegenover diens zwakkere zoon, Edward II. 

Bruce en zijn volgelingen keerden in twee groepen terug naar het Schotse vasteland in februari. De ene groep, geleid door Bruce zelf en zijn broer Edward ging naar Turnberry. Zij startten meteen een guerilla oorlog in het zuidwesten van het land.

De andere groep werd geleid door zijn andere broers Thomas and Alexander. Vlak na hun aankomst zuidelijk van Loch Ryan, werd zij gevat en terechtgesteld. 

In April won Bruce een kleine slag tegen de Engelsen in de Battle of Glen Trool, alvorens Aymer de Valence, 2nd Earl of Pembroke te verpleteren in de Battle of Loudoun Hill. Hij gaf zijn broer het commando over Galloway, terwijl hijzelf zijn operaties verplaatste naar de provincie Aberdeenshire. Bruce leverde onderweg nog een aantal keren slag tegen o.a. John Comyn, 3rd Earl of Buchan in de Battle of Inverurie in mei 1308 en de Battle of Pass of Brander. Hij veroverde tenslotte Dunstaffnage Castle.

In maart 1309 installeerde hij zijn eerste parlement in St Andrews. Tegen augustus had hij de volledige controle over het noordelijk deel van Schotland, boven de rivier Tay. Het jaar erop erkende de kerk zijn gezag als koning tijdens een concilie. Deze steun betekende een enorme zet voor zijn politieke carrière.

De volgende drie jaren verlorn de Engelsen kasteel na kasteel door herverovering van Bruces troepen : Linlithgow in 1310, Dumbarton in 1311 en Perth, door Bruce persoonlijk geleid in januari 1312. Bruce deed ook raids op noordelk Engels grondgebied, in suksesvolle navolging van wat William Wallace had gedaan in 1297. 

In de lente van 1314 leidde Edward Bruce het beleg van Stirling Castle. De regeerder, Sir Philip de Mowbray, stemde ermee in om het kasteel ovr te dragen indien hij niet zou worden afgelost door verse troepen voor 24 juni 1314. In maart 1314 veroverde Sir James Douglas Roxburgh en Randolph nam Edinburgh Castle in.

Bruce Reviewing troops before the battle of Bannockburn.

Bruce inspecteert de troepen voor de slag van Bannockburn 1314

 

Na acht vermoeiende jaren van opzettelijk uit de weg gaan om met de Engelsen de confrontatie aan te gaan op vlakke grond was voor de meesten het bewijs dat Bruce één van de grootste guerillaleiders was van alle tijden. 

Bruce zorgde voor Schotse onafhankelijkheid na de

Bevrijd van de Engelse dreiging, trokken de Schotse legers over de grens naar Noord-Engeland. De laatste Engelsen werden verdreven uit Schotland en Bruce leidde zelf een aantal aanvallen in de graafschappen Yorkshire en Lancashire.

Bruce en Ierland

Begeesterd door de militaire suksessen van Bruce trokken zijn legers ook Ierland binnen in 1315, zogezegd om het land te bevrijden van de Engelse bezetter, maar waarschijnlijk was de echte reden een tweede front te openen in de oorlogen tegen de Engelsen. De Ieren kroonden zelfs Edward Bruce als High King of Ireland in 1316. Robert trok later met een ander leger naar zijn broer om hem bij te staan.

Tesamen met de invasie van Ierland populariseerde Bruce de idee van een ideologischevisie van een "Pan-Gaelic Greater Scotia" (een Keltisch alomvattend Schotland) met zijn Huis regerend over beide landen. Zijn propaganda campagne werd geholpen door twee factoren: zijn huwelijk in 1302 met een afstammeling van de de Burgh familie va, het Earldom of Ulster in Ierland en Bruce zelf was van moeders oorsprong Keltisch.

Dit komt duidelijk naar voren in een brief die hij verstuurde naar de Ierse chiefs waarin hij de Schotse en Ierse landen beschrijft als 'nostra nacio' (onze natie), hierbij de gemeenschappelijke taal, de gebruiken en het erfgoed van beide volken benadrukkend:

Whereas we and you and our people and your people, free since ancient times, share the same national ancestry and are urged to come together more eagerly and joyfully in friendship by a common language and by common custom, we have sent you our beloved kinsman, the bearers of this letter, to negotiate with you in our name about permanently strengthening and maintaining inviolate the special friendship between us and you, so that with God's will our nation (nostra nacio) may be able to recover her ancient liberty.

Daar waar wij en u en uw volk, vrij sedert Oude tijden, dezelfde nationale afstamming delen en in taal heel graag in volle vriendschap naderbij willen komen, hebben wij u deze brief via ons teerbeminde familielid bezorgd om met u in onze naam een permanente vriendschapsband te maken, te verstevigen en te onderhouden, op een manier dat onze natie (nostra nacio) onder Gods wil haar vrijheid zou kunnen heroveren 

 

De diplomatiek van Bruce werkte gedeeltelijk, tenminste in Ulster waar de Schotten de steun hadden. De Ierse chief

De Bruce campagne in Ierland werd ook gekenmerkt door enkele militaire suksessen. Echter, de Schotten faalden in het overhalen van de andere chiefs en de bevolking van het zuiden van het land. Voor hen maakte het geen verschil of het de Engelsen of de Schotten waren die het land bezet hielden. Uiteindelijk werd de hele zaak opgegeven toen Edward Bruce sneuvelde in de Battle of Faughart.

 

Diplomatie

Robert Bruce's regeerperiode kende ook een aantal diplomatieke prestaties: De "Declaration of Arbroath" in 1320 verstevigde zijn positie als koning, voral tegenover de Kerk. Paus Johannes XXII verklaarde uiteindelijk de ban over Bruce als opgeheven. 

In Mei van 1328 ondertekende koning Edward III of England het verdrag "Treaty of Edinburgh-Northampton", waarin Schotland werd erkend als een onafhankelijk koninkrijk en Bruce als koning.

 

Familie

Robert Bruce had een grote familie naast zijn vrouw Elizabeth en hun beider kinderen. Hij had zijn broers Edward, Alexander, Thomas en Niall, zijn zussen Christina, Isabel (Koningin van Noorwegen), Margaret, Matilda en Mary, zijn neven Donald II, Earl of Mar en Thomas Randolph, 1st Earl of Moray.

Hij had ook een aantal buitenechtelijke kinderen bij onbekende vrouwen. Zijn zoons waren Sir Robert (+12 August 1332 in de Battle of Dupplin Moor); Walter, van Odistoun aan de rivier the Clyde, die voor zijn vader overleed en Niall, in Carrick (+1346 in de Battle of Neville's Cross). Zijn dochters waren Elizabeth, Margaret en Christian van Carrick.

The alleged death mask of Robert Bruce, Rosslyn Chapel (1446), Scotland

Het veronderstelde doodsmasker van Robert Bruce (Rosslyn Chapel 1446)

Robert the Bruce stierf op 7 juni 1329 op zijn landgoed van Cardross nabij Dumbarton. (De exacte plaats is niet bepaald hoewel er historische aanwijzigen zijn dat het heel dicht bij het huidige dorp Cardross zou gelegen hebben.

Hij zou jaren te lijden hebben gehad van wat geschiedschrijvers uit die tijd "ongezonde voeding" noemden. Andere bronnen vermelden dat hij zou gestorven zijn aan lepra zoals zijn vader.

Zijn lichaam ligt opgebaard in Dunfermline Abbey, maar volgens de laatste woorden van Sir James Douglas op diens sterfbed zou het lichaam van Bruce verwijderd zijn geweest uit zijn laatste rustplaats en werd het hart meegenomen.   

Deze bekentenis herriep een eerder neergeschreven wens van 13 mei 1329, dat zijn hart moest begraven worden in het klooster van Melrose. Sir James Douglas werd gedood tijdens een hinderlaag. Zijn dood voor ogen hebbend, wierp hij het kistje met het hart van Bruce erin voor zich uit terwijl hij uitschreeuwde "Onward braveheart, Douglas shall follow thee or die." (Vooruit Dapper Hart, Douglas zal je volgen of sterven). Volgens de ronieken van de Fordun Annalen werd het hart later opgehaald door Sir William Keith en teruggebracht naar Schotland om begraven te worden in de abdij van Melrose in Roxburghshire, zoals Bruce het zelf gevraagd had.

Robert Bruce liet zijn enige overlevende minderjarige zoon David II na om hem op te volgen.

Robert's enige kind uit zijn eerste huwelijk, Marjorie Bruce, stierf hoogzwanger na een val van haar paard op 2 maart 1316. Het kind overleefde de klap wel en werd later Robert II of Scotland, die David II opvolgde en zo de Stewart dynastie stichtte.

Legendes

Volgens de legende zou Bruce zich tijdens zijn vlucht in de winter van 1305-1306 een tijdje verschuild hebben in een grot ten oosten van Rathlin Island. Daar zou hij een spin bestudeerd hebben die haar web aan het spinnen was. Telkens de spin faalde in haar opzet begon ze gewoon opnieuw. Bruce zou hieruit de inspiratie gehaald hebben om niet op te geven en een reeks van nederlagen toe te dienen aan de Engelsen na zijn terugkeer op Schotse bodem.

 

The Bruce in Fictie

De revolte van Robert the Bruce is het onderwerp van het boek "The King's Swift Rider", geschreven vanuit het oogpunt van een jonge Schot die dee uitmaakt van de revolte.
In de film Braveheart uit 1995 wordt de figuur Robert the Bruce niet helemaal correct weergegeven. De film laat hem zien op het slagveld van Falkirk, doch in dienst van de Engelsen. Dit werd echter historisch nooit bewezen.
Schots auteur Nigel Tranter schreef de Bruce trilogie over het leven van Koning Robert Bruce. 
Kronieken over het bewind van Robert the Bruce (of Robert de Brus) zijn gepubliceerd in een reeks die "Rebel King, Hammer of the Scots" (2002); "Rebel King, The Har'ships" (2004) en "Rebel King, Bannok Burn" (2006) heet. Er zouden nog twee delen gepland zijn.

 

Weetjes

Robert The Bruce werd van 1981 tot 1989 afgebeeld op de £1 bankbriefjes van de Clydesdale Bank, één van de drie Schotse banken die bankbiljetten mogen uitgeven. Toen de Clydesdale Bank ophield met de £1 briefjes verhuisde het protret van  Robert The Bruce naar de briefjes van £20 in 1990 en tot op heden is hij nog steeds aanwezig.

De vliegmaatschappij British Caledonian noemde één van haar toestellen, een McDonnell Douglas DC-10-30 (G-BHDI) naar Robert the Bruce.