Falkirk 1298
Edward
I neemt het op tegen William Wallace
Edward I overschouwde in juni 1298 zijn leger in Roxburgh dat
bestond uit 80,000 Engelse, Welshe en Ierse infantristen en een krachtige
en gedisciplineerde cavalerie. De 3.000 zwaar bewapende ruiters waren
doorwinterde veteranen uit de Franse campagnes van Edward. Bovenop
beschikte hij nog over 4.000 eenheden lichte cavalerie en 500
persoonlijke bereden wachten.
Edward
marcheerde om,naar zijn zeggen, de "Schotse rebellie" te
verpletteren. Zo noemde hij het Schots verzet volgend op de Engelse
invasie van het land.
Het
boerenleger van Wallace
Wallace, onvermoeibaar en onverslagen, had intussen de sympathie
gekregen van de gewone man. Hij was niet alleen hun beschermer
(guardian) maar ook hun idool. Hij kon rekenen op een leger van deze
gewone mensen dat varieerde tussen 25.000 en 30.000 mannen. Met deze
vrijwilligers trok hij richting Falkirk waar hij positie koos op een
sterke plaats, met een moerassige grond voor hem. Dit zou de zware
cavalerie beletten om via deze weg op de Schotten af komen. De
flanken van hun positie waren beschermd door palissades die de troepen
in de grond hadden vastgemaakt en met koorden hadden samengebonden. Een
muur van hout moest de Engels ruiters weghouden.
Proviand
werd schaars in het kamp van Edward in Kirkliston. De vloot die vanuit
erwick zou moeten komen liet angstvallig op zich wachten. De omgeving
was immers meermaals verwoest geweest door vuur en zwaard (door
Wallace); de soldaten werden verbitterd en kloegen over de manke aanvoer
van de mondvoorraad. Een verhuis naar een kamp rond Edinburgh werd
overwogen. De troepen ontvingen een kleine mondvoorraad, doch het
grootste deel van hun eten bleef achterwege mede door de sterke
tegenwinden waarmee de Engelse vloot af te rekenen kreeg. De soldaten
begonnen te muiten.
Welshen
en Ieren keerden zich tegen de Engelsen omdat Edward de opdracht had
gegeven om de provianden eerst te verdelen onder de Engelsen. De
Welshmen vielen de Engelsen 's nachts aan in hun tenten om wraak te
nemen op deze discriminatie. Edward sloeg de revolte neer door een
prompte aanval te paard en herstelde de orde binnen een mum van
tijd.
De
chief van de Welshmen dreigde nu openlijk om met zijn troepen over te
lopen naar Wallace.
Wallace had
lucht gekregen van de problemen binnen Edwards leger en plande een
nachtelijke aanval op het Engelse kamp, maar twee jaloerse edelen in
Wallace's kamp varrieden de intenties van Wallace aan de koning. De
ongekende verraders lichtten Edward in over de plaats van het Schotse
kampement in het woud nabij Falkirk, de positie van Wallace en de
taktiek die hij zou volgen.
Edward
beval elke ridder om de volgende nachten hun paarden naast zich te
houden in het geval dat Wallace een aanval zou doen. Ironisch genoeg
schrok het paard van Edward van iets die nacht en bezorgde het zijn
meester drie gebroken ribben.
Op
22 juli kwam het Engele leger in het gezichtsveld van de Schotse
stellingen. Edward stelde voor om de soldaten te laten rusten,
doch in de vaste overtuiging van een klinkende overwinning gezien hun
getalsterkte drongen zij erop aan dat Edward hen meteen zou leiden tegen
de Schotten.
Edward
gaf toe en stuurde , "in naam van de Heilige Drievuldigheid",
drie rijen van elk 30.000 man richting Schotten.
De eerste troep werd geleid door graaf Marshal, de tweede door de
bisschop van Durham, en de derde door Edward zelf.
Wallace had de Schotten opgesteld in drie rijen van elk minder dan
10.000 man. Zijn leger bestond voornamelijk uit boeren gezien
steeds minder ridders en nog minder edelen hem steunden uit jaloezie.
Onder de trouwe edelen echter bevonden zich Sir John Stewart of
Bonhilll, Sir John the Grahame of Abercorn and Dundaff; Duncan MacDuff,
11th Earl of Fife en John "Red" Comyn, zoon van the Lord of
Badenoch. Zij leidden de Schotse troepen.
De
Slag
Aangevoerd door de graaf Marshal spoedde de eerste Engelse linie zich
naar het slagveld. Niet beseffend dat voor hen een moerassig stuk grond
lag, waar zij een makkelijke prooi zouden zijn voor de Schotse
boogschutters, liepen zij hun noodlot tegemoet. Vele ruiters werden
gedood door de Schotse pijlen of zij bezweken onder het gewicht van hun
omgevallen paard.
Na
de eerste opgelopen schade zwenkte de rest van de Engelse voorhoede naar links en reed
langs de moerassige grond heen naar vastere grond. Vanuit deze
positie chargeerden zij vol op de Schotten in.
William
Wallace schreeuwde tegen zijn mannen:
|
Now, I haif brocht ye to the ring, hop (dance) if ye can!"
"Nu, ik heb jullie hier naar het slagveld gebracht, vecht zo
hard als jullie
kunnen !"
|
De charge van de Engelse cavalerie viel als een blok beton bovenop de Schotse
speren die Wallace had laten maken. De Schotten bevonden zich in twee
schiltrons, twee ringen van ongeveer 8000 mannen elk. De buitenkanten
werden beschermd door lange speren, de middens bestonden uit
zwaardvechters en boogschutters.
Vele
jonge Engelse ridders werden ofwel zelf doorboord of zagen hun strijdros
doorboord worden door de lange staken. Vele honderden ruiters werden van
hun paard gesleurd en doodgeslagen met hamers of andere tuigen.
De
tweede eenheid zag waar de eerste had gefaald en vermeed volledig het moeras. De
Schotten werden nu zowel van rechts als van links bestookt door de
Engelse ruiters.
Net
op dat ogenblik, en tot grote ontzetting van Wallace, blies "Red" John Comyn,
de rivaal van Robert the Bruce voor de troon, de aftocht voor zijn 10.000
vazallen (grotendeels lichte cavalerie en infanterie), en verliet met
groot vertoon en met duidelijk opzet het veld.
Wallace was verraden in het heetst van de strijd. Of dit door toedoen
van Edward gebeurde is onbekend gebleven. Hier en daar wordt gesuggereerd
dat Edward uitgestrekte landerijen had beloofd aan Comyn terwijl andere
bronnen spreken van een belofte aan Comyn vanwege Edward dat deze hem zou
helpen aan de Schotse kroon. Iets wat hem niet zou lukken (lees meer
hierover in Robert The Bruce)
Wallace
gaf geen krimp ondanks het verraad van Comyn en hield stand hoewel hij nu nog maar over 20.000
volgelingen beschikte tegenover 90.000 zwaarbewapende Engelsen.
De
Schotse boogschutters waren snel door de Engelse cavalerie uitgeschakeld
(gedood) zodat enkel nog de voetsoldaten overbleven.Wallace deed al de
dingen die een moedig man enigzins maar zou kunnen doen om zijn mannen te
inspireren, zijn groot zwaard gebruikend in de frontlinie, hakkend en
slaand naar alles wat Engels was.
Overwinning
en nederlaag
De schiltrons bleken een succesvolle taktiek te zijn tegen de zware en
onophoudelijke aanvallen van de Engelse ruiterij. Verscheidene ridders sneuvelden die dag,
meer dan Edward had berekend voor de aanvang van de slag. Deze taktiek
zou een heuse impact hebben op de verdere oorlogsvoering in de toekomst
voor zowel cavalerie als infanterie.
De
Guldensporenslag in 1302 kende een gelijkaardig verloop toen de Franse
ruiters tegen een muur van Vlaamse speren liep.
Het
verraad van Red Comyn en de nieuwe Engelse taktiek (gebruik van lange
afstandsboogschutters) eiste op het eind van de dag de tol voor de
vermoeide Schotten.
Telkens weer hadden de Engelse ruiters ingebeukt op de Schotse speren. De Schotten
hadden onbewogen en vastberaden zij aan zij gestaan tot dan toe. Wat zij ook
ondernamen, de Engelsen
raakten niet door het bos van staken.
Door
de inzet van de longbowmen (lange afstandsboogschutters) vielen in de
vooravond rondom
Wallace belangrijke slachtoffers die een leidende functie hadden gehad; Sir John the Grahame of Dundaff,
vriend van Wallace en bijna al diens vazallen werden gedood. De
overlevenden verloren alle moed bij het zien van deze verliezen en dreigden de rangen te openen. In de steek gelaten door hun cavalerie en
de snelle uitschakeling van al hun boogschutters, bracht de mannen in de
Schiltrons in een stemming die hun moed in hun schoenen deed zakken. Nog één aanval van de
Engelsen zou fataal zijn; de schiltrons zouden het dan waarschijnlijk begeven. De lange
afstandboogschutters van Edward hadden hun doel niet gemist.
De
aftocht van Wallace
Gewapend met zijn tweehandszwaard (claymore) hield Wallace stand tot de
zon begon te zakken. Pas toen begon hij aan een gevaarlijke
terugtrekking door de rivier Carron over te steken. Hier, op een plaats
die Brian's ford wordt genoemd nabij de Carron, viel het laatste Engelse
verlies van adellijke afkomst. Sir Brian le Jay, hoofd van de Tempeliers
had te voet de achtervolging ingezet en werd door Wallace zelf
neergeslagen. Wallace koos om met 300 geselecteerde mannen naar Perth te gaan.
Het
geraamd aantal Schotten dat het leven verloor in Falkirk wordt geschat tussen 15.000 en 20.000.
De prijs van het verraad was uiteindelijk erg hoog.
Het resultaat was dat de Engelsen opnieuw massaal hun intrek namen in de
kastelen in de Lowlands. Garnizoenen werden opnieuw bemand met Engelse
soldaten. Edward en Comyn had Wallace een serieuze slag
toegediend, maar Wallace had Edward niet het plezier gegund om hem
gevangen te nemen en hem te vernederen.
