MyScotland.be         Falkirk 1298  

         Home Get Linked Facts & Figures Famous Scots Speaking Scots Benelux Braveheart Top 10 & Tips Wist je dit al ? Scottish Symbols Sing Along Gallery Contact                 

 

 

Last updated

24/08/2010 22:00:39

Home Get Linked Facts & Figures Famous Scots Speaking Scots Benelux Braveheart Top 10 & Tips Wist je dit al ? Scottish Symbols Sing Along Gallery Contact

 

Meet my friends' Guest House

Riverview Callander

 

   The Braveheart pages 

 

                    

                     

 

Falkirk, 23 June 1298


Falkirk 1298

Edward I neemt het op tegen William Wallace


Edward I overschouwde in juni 1298 zijn leger in  Roxburgh dat bestond uit 80,000 Engelse, Welshe en Ierse infantristen en een krachtige en gedisciplineerde cavalerie. De 3.000 zwaar bewapende ruiters waren doorwinterde veteranen uit de Franse campagnes van Edward. Bovenop beschikte hij nog over 4.000 eenheden lichte cavalerie en 500 persoonlijke bereden wachten.

Edward marcheerde om,naar zijn zeggen, de "Schotse rebellie" te verpletteren. Zo noemde hij het Schots verzet volgend op de Engelse invasie van het land.

 

 

Het boerenleger van Wallace


Wallace, onvermoeibaar en onverslagen, had intussen de sympathie gekregen van de gewone man. Hij was niet alleen hun beschermer (guardian) maar ook hun idool. Hij kon rekenen op een leger van deze gewone mensen dat varieerde tussen 25.000 en 30.000 mannen. Met deze vrijwilligers trok hij richting Falkirk waar hij positie koos op een sterke plaats, met een moerassige grond voor hem. Dit zou de zware cavalerie beletten om via deze weg op de Schotten af  komen. De flanken van hun positie waren beschermd door palissades die de troepen in de grond hadden vastgemaakt en met koorden hadden samengebonden. Een muur van hout moest de Engels ruiters weghouden.  

Proviand werd schaars in het kamp van Edward in Kirkliston. De vloot die vanuit erwick zou moeten komen liet angstvallig op zich wachten. De omgeving was immers meermaals verwoest geweest door vuur en zwaard (door Wallace); de soldaten werden verbitterd en kloegen over de manke aanvoer van de mondvoorraad.  Een verhuis naar een kamp rond Edinburgh werd overwogen. De troepen ontvingen een kleine mondvoorraad, doch het grootste deel van hun eten bleef achterwege mede door de sterke tegenwinden waarmee de Engelse vloot af te rekenen kreeg. De soldaten begonnen te muiten.

Welshen en Ieren keerden zich tegen de Engelsen omdat Edward de opdracht had gegeven om de provianden eerst te verdelen onder de Engelsen. De Welshmen vielen de Engelsen 's nachts aan in hun tenten om wraak te nemen op deze discriminatie. Edward sloeg de revolte neer door een prompte aanval te paard en herstelde de orde binnen een mum van tijd. 

De chief van de Welshmen dreigde nu openlijk om met zijn troepen over te lopen naar Wallace. 

         "Let them do so" said Edward scornfully; "let them go over to my enemies. I hope           soon to see the day when I shall Chastise them both"  

          Edward zei: Laat ze maar doen.Laat ze maar naar mijn vijanden overlopen. Ik hoop snel   snel de dag te mogen meemaken waarop ik ze beiden zal kastijden

Wallace had lucht gekregen van de problemen binnen Edwards leger en plande een nachtelijke aanval op het Engelse kamp, maar twee jaloerse edelen in Wallace's kamp varrieden de intenties van Wallace aan de koning. De ongekende verraders lichtten Edward in over de plaats van het Schotse kampement in het woud nabij Falkirk, de positie van Wallace en de taktiek die hij zou volgen. 

Edward beval elke ridder om de volgende nachten hun paarden naast zich te houden in het geval dat Wallace een aanval zou doen. Ironisch genoeg schrok het paard van Edward van iets die nacht en bezorgde het zijn meester drie gebroken ribben.

Op 22 juli kwam het Engele leger in het gezichtsveld van de Schotse stellingen.  Edward stelde voor om de soldaten te laten rusten, doch in de vaste overtuiging van een klinkende overwinning gezien hun getalsterkte drongen zij erop aan dat Edward hen meteen zou leiden tegen de Schotten. 

Edward gaf toe en stuurde , "in naam van de Heilige Drievuldigheid", drie rijen van elk 30.000 man richting Schotten. 
De eerste troep werd geleid door graaf Marshal, de tweede door de bisschop van Durham, en de derde door Edward zelf.
Wallace had de Schotten opgesteld in drie rijen van elk minder dan 10.000 man.  Zijn leger bestond voornamelijk uit boeren gezien steeds minder ridders en nog minder edelen hem steunden uit jaloezie. Onder de trouwe edelen echter bevonden zich Sir John Stewart of Bonhilll, Sir John the Grahame of Abercorn and Dundaff; Duncan MacDuff, 11th Earl of Fife en John "Red" Comyn, zoon van the Lord of Badenoch. Zij leidden de Schotse troepen.

De Slag


Aangevoerd door de graaf Marshal spoedde de eerste Engelse linie zich naar het slagveld. Niet beseffend dat voor hen een moerassig stuk grond lag, waar zij een makkelijke prooi zouden zijn voor de Schotse boogschutters, liepen zij hun noodlot tegemoet. Vele ruiters werden gedood door de Schotse pijlen of zij bezweken onder het gewicht van hun omgevallen paard.

Na de eerste opgelopen schade zwenkte de rest van de Engelse voorhoede naar links en reed langs de moerassige grond heen naar vastere grond. Vanuit deze positie chargeerden zij vol op de Schotten in. 

William Wallace schreeuwde tegen zijn mannen:

        

Now, I haif brocht ye to the ring,  hop (dance) if ye can!"                                              

        "Nu, ik heb jullie hier naar het slagveld gebracht, vecht zo hard als jullie kunnen !"

 


De charge van de Engelse cavalerie viel als een blok beton bovenop de Schotse speren die Wallace had laten maken. De Schotten bevonden zich in twee schiltrons, twee ringen van ongeveer 8000 mannen elk. De buitenkanten werden beschermd door lange speren, de middens bestonden uit zwaardvechters en boogschutters. 

Vele jonge Engelse ridders werden ofwel zelf doorboord of zagen hun strijdros doorboord worden door de lange staken. Vele honderden ruiters werden van hun paard gesleurd en doodgeslagen met hamers of andere tuigen.  

De tweede eenheid zag waar de eerste had gefaald en vermeed volledig het moeras. De Schotten werden nu zowel van rechts als van links bestookt door de Engelse ruiters. 

Net op dat ogenblik, en tot grote ontzetting van Wallace, blies "Red" John Comyn, de rivaal van Robert the Bruce voor de troon, de aftocht voor zijn 10.000 vazallen (grotendeels lichte cavalerie en infanterie), en verliet met groot vertoon en met duidelijk opzet het veld.

Wallace was verraden in het heetst van de strijd. Of dit door toedoen van Edward gebeurde is onbekend gebleven. Hier en daar wordt gesuggereerd dat Edward uitgestrekte landerijen had beloofd aan Comyn terwijl andere bronnen spreken van een belofte aan Comyn vanwege Edward dat deze hem zou helpen aan de Schotse kroon. Iets wat hem niet zou lukken (lees meer hierover in Robert The Bruce

Wallace gaf geen krimp ondanks het verraad van Comyn en hield stand hoewel hij nu nog maar over 20.000 volgelingen beschikte tegenover 90.000 zwaarbewapende Engelsen. 

De Schotse boogschutters waren snel door de Engelse cavalerie uitgeschakeld (gedood) zodat enkel nog de voetsoldaten overbleven.Wallace deed al de dingen die een moedig man enigzins maar zou kunnen doen om zijn mannen te inspireren, zijn groot zwaard gebruikend in de frontlinie, hakkend en slaand naar alles wat Engels was.

 

Overwinning en nederlaag

De schiltrons bleken een succesvolle taktiek te zijn tegen de zware en onophoudelijke aanvallen van de Engelse ruiterij. Verscheidene ridders sneuvelden die dag, meer dan Edward had berekend voor de aanvang van de slag. Deze taktiek zou een heuse impact hebben op de verdere oorlogsvoering in de toekomst voor zowel cavalerie als infanterie.

De Guldensporenslag in 1302 kende een gelijkaardig verloop toen de Franse ruiters tegen een muur van Vlaamse speren liep. 

Het verraad van Red Comyn en de nieuwe Engelse taktiek (gebruik van lange afstandsboogschutters) eiste op het eind van de dag de tol voor de vermoeide Schotten.
Telkens weer hadden de Engelse ruiters ingebeukt op de Schotse speren. De Schotten hadden onbewogen en vastberaden zij aan zij gestaan tot dan toe. Wat zij ook ondernamen, de Engelsen raakten niet door het bos van staken. 

Door de inzet van de longbowmen (lange afstandsboogschutters) vielen in de vooravond rondom Wallace belangrijke slachtoffers die een leidende functie hadden gehad; Sir John the Grahame of Dundaff, vriend van Wallace en bijna al diens vazallen werden gedood. De overlevenden verloren alle moed bij het zien van deze verliezen en dreigden de rangen te openen. In de steek gelaten door hun cavalerie en de snelle uitschakeling van al hun boogschutters, bracht de mannen in de Schiltrons in een stemming die hun moed in hun schoenen deed zakken. Nog één aanval van de Engelsen zou fataal zijn; de schiltrons zouden het dan waarschijnlijk begeven. De lange afstandboogschutters van Edward hadden hun doel niet gemist. 

 

De aftocht van Wallace

Gewapend met zijn tweehandszwaard (claymore) hield Wallace stand tot de zon begon te zakken. Pas toen begon hij aan een gevaarlijke terugtrekking door de rivier Carron over te steken. Hier, op een plaats die Brian's ford wordt genoemd nabij de Carron, viel het laatste Engelse verlies van adellijke afkomst. Sir Brian le Jay, hoofd van de Tempeliers had te voet de achtervolging ingezet en werd door Wallace zelf neergeslagen.  Wallace koos om met 300 geselecteerde mannen naar Perth te gaan.

Het geraamd aantal Schotten dat het leven verloor in Falkirk wordt geschat tussen 15.000 en 20.000. De prijs van het verraad was uiteindelijk erg hoog.
Het resultaat was dat de Engelsen opnieuw massaal hun intrek namen in de kastelen in de Lowlands. Garnizoenen werden opnieuw bemand met Engelse soldaten. Edward en Comyn had Wallace een serieuze slag toegediend, maar Wallace had Edward niet het plezier gegund om hem gevangen te nemen en hem te vernederen.