Bannockburn 1314
Lange tijd was er onduidelijkheid en verwarring over de exacte plaats
van de slag (zie map hierboven). Dit is waarschijnlijk te wijten aan het
feit dat de toenmalige battlesite nu bijna volledig wordt ingenomen door
de dorpskern van Bannockburn. Om deze reden hebben de geschiedkundigen
ervoor geopteerd om de site te plaatsen op de vlakte ten noorden van het
dorp tegen de rivier The Forth aanleunend. Vandaag zou dit een perfecte
plaats zijn om een slag te beslechten omwille van het feit dat het een
goed gedraineerd stuk land is. Maar laat ons niet vergeten dat hetzelfde
stuk land in de 14de eeuw een moerassig gebied zou geweest zijn, vaak
overstroomd door de Forth die buiten zijn oevers trad. Zelfs een
onbekwaam leider zoals Edward II zou dit terrein niet hebben gekozen om
het gevecht aan te gaan. Daarom wordt algemeen aavaard dat de battlesite
moet gelegen hebben ten noorden van de nederzetting van Bannockburn op
een relatief vlak stuk land tussen het moeras en de Gillies heuvel.
Het beleg van Stirling en het pact
met Mowbray
In het jaar 1314, na 18 jaren van oorlog, was Schotland ten noorden
van de Forth een vrij land. Stirling, één van de weinige kastelen nog
in handen van de Engelsen, werd belegerd door een leger Schotten. Edward Bruce,
broer van de koning Robert I was aanvoerder van het beleg. Hem ontbrak
het echter aan het nodige materieel om een degelijk belegering te kunnen
doen. Zijn hoop was gevestigd op het uithongeren van de Engelsen
door al de toegangswegen naar het kasteel te blokkeren. In de lente
sloot Edward dan maar een pact met de kasteelheer, Sir Philip Mowbray.
Zij kwamen overeen dat, indien er tegen de avond van mizomernacht geen
Engelse versterking kwam opdagen, het kasteel in Schotse handen zou
overgedragen worden. Robert was furieus toen hij dit bericht
vernam. Tot dan toe hadden de Schotten gebruik gemaakt van guerrilla taktieken
om de Engelsen te ergeren. En Edward II zou ongetwijfeld een leger
noordwaarts sturen wat zou betekenen dat een veldslag zou moeten geleverd
worden om Stirling te redden.
Edward II was maar wat blij toen ook hij dit nieuws vernam en begon
meteen voorbereidingen te treffen om een leger noordwaarts te sturen. Hij
kreeg de kans om zijn vaders werk af te maken in één enkele klap. Hij
stelde een macht samen van 40,000 soldaten et de intentie om voor eens en
altijd een eind te maken aan de Schotse rebellie.
Zijn leger was enorm groot, zelfs voor middeleeuwse begrippen: 2.500
zware cavalerie, 2.000 Welshe boogschutters en 500 lichte cavalerie. De
overige duizenden waren goed getrainde infanteristen. Edward voelde zich
zelfverzekerd van de uitkomst van de confrontatie.Hij voelde zch zeker
van een uitgemaakte zaak op voorhand want de Schotten telden slechts
13.000 slecht uitgeruste eenheden.
De toeschouwers moeten het een magnifie schouwspel gevonden hebben
toen de stoet van het Engelse leger voorbij aan het trekken was op haar
tocht naar het noorden: Edward had een immense trein van materieel en
voorraden bij zich, evenals wapens, stormrammen, voedsel, wijn en de
crème van de Engelse baronnie.
Edward liet zijn leger halt houden in Berwick-upon-Tweed. Van hieruit
en twee weken voor de deadline van Edward Bruce, staken zij de grens over
in het plaatsje Coldstream en marcheerden richting Stirling.
Randolph's ontmoeting met Beaumont en Clifford
Op 23 juni, midzomeravond 1314, bereikte het leger van Edward II aan
de kleine rivier van Bannockburn.
Zoals Robert Bruce geänticipeerd had waren de Engelsen via de oude
Romeinse weg gekomen. Hij had met deze aankomst in het achterhoofd zijn
troepen zodanig in stelling gebracht dat de Schotten in het voordeel
waren. De Schotse divisies waren opgesteld met het bos als natuurlijke
rugdekking. Om de slag te kunnen winnen was het noodzakelijk om het
gevecht aan te gaan volgens de sterkte van de tartan army: het gros van
het Engelse leger zodanig manoeuvreren in een enge ruimte zonder dat deze
hun volle aanvalskracht zouden kunnen ontplooien. Hij hoopte dat zijn
schiltroms* genoeg weerstand
zouden kunnen bieden aan het zware gebeuk van de Engelse cavalerie.
Als slagveld had Robert gekozen voor een nauwe doorgang tussen de
bossen die Bannockburn omringden en deze van Gillies Hill, nabij de
rivier the Bannock Burn. In de bossen had hij alle paden laten blokkeren
met takken en had hij putten laten graven die bedekt werden me takken.
Dit waren anti-cavalerievallen die moesten beletten dat de flanken van
het Schotse leger zouden worden belaagd door de Engelse ruiters.
En toen, samen met zijn mannen in positie, ...wachtte hij
* Een schiltrom was in
principe een grote cirkel van mannen die speren droegen van 4 à 5 meter
lang. Deze mannen waren getraind om als één man te marcheren in
formatie met de speren naar buiten gericht. Zij vormden dus een
ondoordringbare muur van speren. In elke schiltrom konden 5.000 mannen
plaatsnemen. De tacktiek was al uitgevoerd door William Wallace tijdens
de slag in Falkirk in 1298.
Bij de aankomst van de Engelsen reed de kasteelbewaarder van Stirling, Sir Philip Mowbray
Edward tegemoet. Hij smeekte dat een divisie zou gedetacheerd worden naar
Stirling Castle om het garnizoen af te lossen. Edward ging akkoord en gaf
hem 500 ruiters.
Mowbray wist dat de posities van de Schotten het onmogelijk zouden
maken om langse normale wegen te reizen. Hij leidde de eenheid onder
bevel van Sir Clifford and Sir Beaumont langs een smal pad dat van het
dorp naar het kasteel leidde. In de inham die het pad volgde waren de
Engelsen onzichtbaar voor de Schotse verkenners. Bij toeval ontekte
Robert tijdig het plan en stuurde meteen Randolph erop af om de eenheid
Engelsen to onderscheppen.
Randolph verzamelde bliksemsnel al zijn mannen rond zich en reed recht
op de Engelse voorhoede in. Hij was net op tijd om de doorgang van het
pad te blokkeren. Hij wist dat hem geen andere optie zou blijven dan de
confrontatie aan te gaan. De Engelsen, 500 zware cavalerie sterk waren
zeker van de uitkomst van het treffen. Terwijl de Engelse ruiters zich
klaarmaakten om te chargeren vormden de Schotten hun schiltrom; speren
werden vastin de grond gestoken, spieren werden opgespannen voor het
opvangen van de impact, de blikken in de Schotse ogen waren vol van
angst, spanning en vastberadenheid.
De eerste golf van de ruiters sloeg met een enorme kracht in op de
Schotse defensie. Hun verdedigingslinie hield stand en verscheidene
Engelse ridders gingen hun dood tegemoet op de muur van staken. De
cavalerie trok zich terug en chargeerde opnieuw en opnieuw konden zij
niet door de Schotse linies breken. Dit ging zo enige tijd door en elke
nieuwe charge werd zwakkeromdat steeds meer Engelsen sneuvelden. Hun
eigen gevallen ridders en paarden blokkeerden hun doorgang.
Intussen had James Douglas Robert weten te overtuigen om versterkingen
naar het slagveld te sturen oner zijn leiding. Bij aankomt op de plek van
het strijdgewoel werd hij
aangenaam verrast. Het waren niet de Schotten die hulp behoefden. De
Engelsen gaven zich over en leverden hun wapens in bij de Schotse
overwinnaars. Douglas zag dat de eer aan Randolph toekwam en liet zijn
mannen halt houden. Het moreel bij de Schotten was hoog.
Wat er van de Engelse cavalerie nog overbleef en niet gevangen was
genomen verzamelde een eindje verder dan de schiltrom. Plots deden de
Schotten, zeker van hun overwinning, iets wat tot dan toe nooit vertoond
werd in de middeleeuwse oorlogsvoering, ze vielen de cavalerie aan !
Voor de Engelse ridders was dit de laatste druppel. Moe en
gedisoriënteerd werden zij plots overspoeld door de Schote infantrie. In
blinde paniek stoven de Engelsen uit mekaar. Van de 500 ruiters die waren
uitgereden naar Stirling keerden er amper 400 terug naar het kamp. De
Schotse verliezen beperkten zich tot 6.
Deze overwinning gaf de Schotten moed, hoewel zij nog steeds in een
minderheid van 3 tegen 1 waren. De Schotten waren zich bewust dat het
ergste nog zou moeten komen, maar de kleine overwinning was genoeg om het
moreel bij de Engelsen te ondermijnen. Het nut van de schiltrom was
duidelijk bewezen in het weerstaan van zware cavalerie.
James en Randolph keerden terug naar hun oorspronkelijke posities in
de Schotse linies. Zij vernamen dat hun exploten niet de enige waren
geweest. Er waren ook enkele schermutselingen geweest aan het front van
het slagveld. Deze schermutselingen waren het gevolg van een incident dat
bepalend zou worden voor de verdere afloop van de veldslag.
Bruce en De Bohun
Het gros van de Engelsen had nu de Bannock Burn overgestoken en
positie genomen tegenover de divisie van Bruce. Een jonge Engelse ridder,
een zekere Henry De Bohun, bemerkte een ruiter die fgezonderd was van de
rest van de Schotten. Toen hij korterbij kwam gereden merkte hij dat de
ruiter geen insigne op zijn helm droeg maar wel een kroon.
Beseffend dat de ruiter niemand anders kon zijn dan de koning, voelde de
Bohun zich geroepen om, in zijn zoektocht naar eeuwige glorie, de
geschiedenis in te gaan als de man die de slag kon beëindigen met één
enkele klap.
De Bohun veriet zijn positie in de Engelse rangen, volledig bewapend
en op een zwaar gepantserd paard. Hij liet zijn paard galoperen en liet
zijn lans zakken om Bruce aan te vallen. Robert, enkel bewapend met een
groot bijl en rijdend op een kleiner paard. Robert Bruce hield stand tot
de laatste seconde. Net voor de Bohun hem zou raken zwenkte Robert zijn
kleiner, maar wendbaarder paard opzij en en splijtte hij helm en schedel
van zijn belager open met één rake klap.
Bruce splijt met één klap
van zijn bijl de schedel van de Bohun
Het incident zou ongetwijfeld verschrikkelijke gevolgen hebben gehad
indien het opzet van de Bohun geslaagd was. De Schotten zouden stuurloos,
zonder leider en zonder koning geweest zijn. De slag zou waarschijnlijk
een eind betekend hebben van de Schotse strijd om
onafhankelijkheid.
Die avond, na nog een aantal kleine aanvaringen langsheen de
frontlinie, trokken de Engelsen zich terug en sloegen hun kamp op voor de
nacht. Voor Robert brak nu een tijd aan om enkele belangrijke
beslissingen te nemen. De geschiedenis had geleerd dat kleinere legers
het steeds van grotere hadden gehaald indien de slag op een smalle strook
grond kon worden beslecht zodat het front klein kon worden gehouden.
Doordat de Engelsen hun kamp hadden opgeslagen op de plek die voor Robert
het gunstigst bleek. Het front zou dus groter worden dan gehoopt.
Later die avond reed een jonge Schotse ridder het kamp van de Schotten
binnen. Hij was gedeserteerd uit het Engelse kamp en wilde koning Robert
spreken en hem zijn trouw beloven. Robert, altijd blij met nieuwe
recruten, en vooral als ze uit het vijandelijk kamp kwamen stemde
toe en liet de man zijn eer aan hem bewijzen. De ridder bracht
eveneens nieuws over de teneergeslagenheid in het Engelse kamp na de
gebeurtenissen van de voorbije dag. Vele Engelsen waren niet zo blij met
het bevel van de jonge koning Edward. Voor Robert was dit de laatste
factor die zijn beslissing bepaalde. Hij spendeerde de avond in overleg
met zijn aides-de-camp en vroeg hen naar hun opinie. Dit was een
zeldzaamheid voor leiders uit deze tijd. De meningen van zijn mensen
waren even belangrijk als de zijne zelf. Op de vraag of zij hem wilden
volgen en de strijd aangaan kreeg hij een resoluut en luid "YES
!" als antwoord.
De Grote Slag
- 24 juni 1314
Bij het ochtendkrieken waren de Schotten al in positie. Neerkijkend op
de sloop konden zij de Engelsen zien die zich haastig aan het klaarmaken
waren voor het gevecht. De eerste divisie cavalerie baande zich een weg
door de engte. Robert sprak zijn manschappen een laatste maal toe
vooraleer zij de kerkelijke zegen kregen van de meegereisde broeders.
Edward, die de knielende Schotten voor zich zag, moest hardop lachen, in
de waan dat de Schotten baden voor zijn genade. Een wijzer man zei Edward
dat de Schotten inderdaad baden, doch niet tot hem.
Al snel had het gros van de Engelse strijdmacht zich door de engte
gewurmd en zich opgesteld voor de aanval. Robert gaf toen het bevel aan
zijn manschappen om tevoorschijn te komen uit de bossen en de schiltrom
formatie aan te nemen. Binnen de Engelse ruiterij was er echter
verwarring ontstaan over het leiderschap van de Engelse cavalerie. Twee
leiders wilden het bevel voeren. De ene riep om te avanceren en werd
gevolgd door slechts enkelen terwijl de rest van de ruiters aarzelden om
de vooruitmars in te zetten.
De impact op de schiltroms was enorm toen de Engelsen insloegen op de
mannen aan de buitenkant. Maar de Schotten hielden stand. Vele Engelsen
vielen ongeordend aan en werden ter plaatse gedood door de Schotse
speren. Anderen vielen of werden van hun paarden gesleurd om door hun
eigen ruiters te worden vertrappeld of gedood te worden door de Schotten.
Het ontbreken van elke Engelse organisatie was nu pijnlijk duidelijk
geworden. De meesten van hun boogschutters waren nu door de engte gekomen
en iemand had, waarschijnlijk in een aanval van paniek, het order gegeven
om te schieten. Onfortuinlijk voor hun troffen ze niet alleen de Schotten
maar het grootste deel van hun eigen terugkerende cavalerie. De
boogschutters waren slecht nieuws voor de Schotten nu ze niet langer van
de beschutting van de bomen konden genieten. Maar Robert had dit in
zijn plan voorzien. Op het ogenblik dat hij het signaal gaf chargeerde
een 500 Schotse ruiters vanuit het bos richting boogschutters.
Er heerste een ongelofelijke verwarring in de Engelse rangen met de
terugtrekkende cavalerie en de uiteengedreven boogschutters. De Schotten
merkten dit op, namen hun speren in de hand en avanceerden op behoedzame
wijze, doch zeer gedisciplineerd. Zij dreven hun vijand terug door de
engte. Wat nog overbleef van de Engelse ruiterij bleef terugtrekken een
chargeren, doch telkens botsten zij op een muur van onverzettelijke
Schotten. Het lot van het Engelse leger was bezegeld.
De schiltroms bleven vooruit duwen, steeds meer mensen duwend in de
overvolle engte. Paarden en mannen vielen over mekaar. Een ooggetuige
beschreef het als volgt: "lichamen lagen zo dik op mekaar dat iemand
de rivier kon oversteken zonder nat te worden".
Vele ENgelsen waren nog niet aan vechten toegekomen die dag. Diegenen
die dit wel hadden kunnen doen waren verdronkentoen zij de Forth wilden
oversteken, of waren gedood door hun eigen makkers in de paniek om weg te
komen. De overblijvende vechters waren in de minderheid en Robert, die de
zege voor de Schotten zag, gaf het bevel om de rangen te verbreken en de
achtervolging in te zetten.
Sir James Douglas zag Edwards poging om te ontsnappen. Robert gaf hem
de toesteming om de achtervolging in te zetten. De jonge koning Edward
bereikte snel de poorten van Stirling Castle, maar hoezeer hij ook
smeekte, de kasteelheer Philip Mowbray weigerde om hem binnen te laten. Mowbray
argumenteerde dat hij zich aan zijn deel van de afspaak moest houden
gezien de Schotten dit hadden gedaan voor hem. Met Douglas achter zich
aan had Edward weinig tijd en keus en zette koers richting zuiden. Na
vele dagen van hard rijden bereikte Edward Dunbar Castle. Van hieruit
bracht een schip hem verder zuidelijker naar London.
Voor de Schotten was de slag ontegensprekelijk de grootste uit de
geschiedenis. Hun koning die 18 jaar had gevochten voor een missie die
schier onmogelijk bleek, had hen naar de overwinning geleid. Edward mocht
dan wel de militaire macht van heel Engeland achter zich gehad hebben, op
het einde was deze macht geen partij voor een leger van
vrijheidsstrijders, verstoken van enige vorm van blauw bloed.
