MyScotland.be         Bannockburn 1314  

         Home Get Linked Facts & Figures Famous Scots Speaking Scots Benelux Braveheart Top 10 & Tips Wist je dit al ? Scottish Symbols Sing Along Gallery Contact                 

 

 

Last updated

24/08/2010 22:00:40

Home Get Linked Facts & Figures Famous Scots Speaking Scots Benelux Braveheart Top 10 & Tips Wist je dit al ? Scottish Symbols Sing Along Gallery Contact

 

Meet my friends' Guest House

Riverview Callander

 

   The Braveheart pages 

 

                        

                     

 

Bannockburn 23 & 24 June 1314


Bannockburn 1314

Lange tijd was er onduidelijkheid en verwarring over de exacte plaats van de slag (zie map hierboven). Dit is waarschijnlijk te wijten aan het feit dat de toenmalige battlesite nu bijna volledig wordt ingenomen door de dorpskern van Bannockburn. Om deze reden hebben de geschiedkundigen ervoor geopteerd om de site te plaatsen op de vlakte ten noorden van het dorp tegen de rivier The Forth aanleunend. Vandaag zou dit een perfecte plaats zijn om een slag te beslechten omwille van het feit dat het een goed gedraineerd stuk land is. Maar laat ons niet vergeten dat hetzelfde stuk land in de 14de eeuw een moerassig gebied zou geweest zijn, vaak overstroomd door de Forth die buiten zijn oevers trad. Zelfs een onbekwaam leider zoals Edward II zou dit terrein niet hebben gekozen om het gevecht aan te gaan. Daarom wordt algemeen aavaard dat de battlesite moet gelegen hebben ten noorden van de nederzetting van Bannockburn op een relatief vlak stuk land tussen het moeras en de Gillies heuvel.

 

Het beleg van Stirling en het pact met Mowbray

In het jaar 1314, na 18 jaren van oorlog, was Schotland ten noorden van de Forth een vrij land. Stirling, één van de weinige kastelen nog in handen van de Engelsen, werd belegerd door een leger Schotten. Edward Bruce, broer van de koning Robert I was aanvoerder van het beleg. Hem ontbrak het echter aan het nodige materieel om een degelijk belegering te kunnen doen. Zijn hoop was gevestigd op het uithongeren van de Engelsen door  al de toegangswegen naar het kasteel te blokkeren. In de lente sloot Edward dan maar een pact met de kasteelheer, Sir Philip Mowbray. Zij kwamen overeen dat, indien er tegen de avond van mizomernacht geen Engelse versterking kwam opdagen, het kasteel in Schotse handen zou overgedragen worden.  Robert was furieus toen hij dit bericht vernam. Tot dan toe hadden de Schotten gebruik gemaakt van guerrilla taktieken om de Engelsen te ergeren. En Edward II zou ongetwijfeld een leger noordwaarts sturen wat zou betekenen dat een veldslag zou moeten geleverd worden om Stirling te redden.

Edward II was maar wat blij toen ook hij dit nieuws vernam en begon meteen voorbereidingen te treffen om een leger noordwaarts te sturen. Hij kreeg de kans om zijn vaders werk af te maken in één enkele klap. Hij stelde een macht samen van 40,000 soldaten et de intentie om voor eens en altijd een eind te maken aan de Schotse rebellie.

Zijn leger was enorm groot, zelfs voor middeleeuwse begrippen: 2.500 zware cavalerie, 2.000 Welshe boogschutters en 500 lichte cavalerie. De overige duizenden waren goed getrainde infanteristen. Edward voelde zich zelfverzekerd van de uitkomst van de confrontatie.Hij voelde zch zeker van een uitgemaakte zaak op voorhand want de Schotten telden slechts 13.000 slecht uitgeruste eenheden.

De toeschouwers moeten het een magnifie schouwspel gevonden hebben toen de stoet van het Engelse leger voorbij aan het trekken was op haar tocht naar het noorden: Edward had een immense trein van materieel en voorraden bij zich, evenals wapens, stormrammen, voedsel, wijn en de crème van de Engelse baronnie.

Edward liet zijn leger halt houden in Berwick-upon-Tweed. Van hieruit en twee weken voor de deadline van Edward Bruce, staken zij de grens over in het plaatsje Coldstream en marcheerden richting Stirling.

 

Randolph's ontmoeting met Beaumont en Clifford

Op 23 juni, midzomeravond 1314, bereikte het leger van Edward II aan de kleine rivier van Bannockburn.

Zoals Robert Bruce geänticipeerd had waren de Engelsen via de oude Romeinse weg gekomen. Hij had met deze aankomst in het achterhoofd zijn troepen zodanig in stelling gebracht dat de Schotten in het voordeel waren. De Schotse divisies waren opgesteld met het bos als natuurlijke rugdekking. Om de slag te kunnen winnen was het noodzakelijk om het gevecht aan te gaan volgens de sterkte van de tartan army: het gros van het Engelse leger zodanig manoeuvreren in een enge ruimte zonder dat deze hun volle aanvalskracht zouden kunnen ontplooien. Hij hoopte dat zijn schiltroms* genoeg weerstand zouden kunnen bieden aan het zware gebeuk van de Engelse cavalerie.

Als slagveld had Robert gekozen voor een nauwe doorgang tussen de bossen die Bannockburn omringden en deze van Gillies Hill, nabij de rivier the Bannock Burn. In de bossen had hij alle paden laten blokkeren met takken en had hij putten laten graven die bedekt werden me takken. Dit waren anti-cavalerievallen die moesten beletten dat de flanken van het Schotse leger zouden worden belaagd door de Engelse ruiters.

En toen, samen met zijn mannen in positie, ...wachtte hij

* Een schiltrom was in principe een grote cirkel van mannen die speren droegen van 4 à 5 meter lang. Deze mannen waren getraind om als één man te marcheren in formatie met de speren naar buiten gericht. Zij vormden dus een ondoordringbare muur van speren. In elke schiltrom konden 5.000 mannen plaatsnemen. De tacktiek was al uitgevoerd door William Wallace tijdens de slag in Falkirk in 1298.

Bij de aankomst van de Engelsen reed de kasteelbewaarder van Stirling, Sir Philip Mowbray Edward tegemoet. Hij smeekte dat een divisie zou gedetacheerd worden naar Stirling Castle om het garnizoen af te lossen. Edward ging akkoord en gaf hem 500 ruiters.

Mowbray wist dat de posities van de Schotten het onmogelijk zouden maken om langse normale wegen te reizen. Hij leidde de eenheid onder bevel van Sir Clifford and Sir Beaumont langs een smal pad dat van het dorp naar het kasteel leidde. In de inham die het pad volgde waren de Engelsen onzichtbaar voor de Schotse verkenners. Bij toeval ontekte Robert tijdig het plan en stuurde meteen Randolph erop af om de eenheid Engelsen to onderscheppen.

Randolph verzamelde bliksemsnel al zijn mannen rond zich en reed recht op de Engelse voorhoede in. Hij was net op tijd om de doorgang van het pad te blokkeren. Hij wist dat hem geen andere optie zou blijven dan de confrontatie aan te gaan. De Engelsen, 500 zware cavalerie sterk waren zeker van de uitkomst van het treffen. Terwijl de Engelse ruiters zich klaarmaakten om te chargeren vormden de Schotten hun schiltrom; speren werden vastin de grond gestoken, spieren werden opgespannen voor het opvangen van de impact, de blikken in de Schotse ogen waren vol van angst, spanning en vastberadenheid.

De eerste golf van de ruiters sloeg met een enorme kracht in op de Schotse defensie. Hun verdedigingslinie hield stand en verscheidene Engelse ridders gingen hun dood tegemoet op de muur van staken. De cavalerie trok zich terug en chargeerde opnieuw en opnieuw konden zij niet door de Schotse linies breken. Dit ging zo enige tijd door en elke nieuwe charge werd zwakkeromdat steeds meer Engelsen sneuvelden. Hun eigen gevallen ridders en paarden blokkeerden hun doorgang.

Intussen had James Douglas Robert weten te overtuigen om versterkingen naar het slagveld te sturen oner zijn leiding. Bij aankomt op de plek van het strijdgewoel werd hij aangenaam verrast. Het waren niet de Schotten die hulp behoefden. De Engelsen gaven zich over en leverden hun wapens in bij de Schotse overwinnaars. Douglas zag dat de eer aan Randolph toekwam en liet zijn mannen halt houden. Het moreel bij de Schotten was hoog.

Wat er van de Engelse cavalerie nog overbleef en niet gevangen was genomen verzamelde een eindje verder dan de schiltrom. Plots deden de Schotten, zeker van hun overwinning, iets wat tot dan toe nooit vertoond werd in de middeleeuwse oorlogsvoering, ze vielen de cavalerie aan ! 

Voor de Engelse ridders was dit de laatste druppel. Moe en gedisoriënteerd werden zij plots overspoeld door de Schote infantrie. In blinde paniek stoven de Engelsen uit mekaar. Van de 500 ruiters die waren uitgereden naar Stirling keerden er amper 400 terug naar het kamp. De Schotse verliezen beperkten zich tot 6. 

Deze overwinning gaf de Schotten moed, hoewel zij nog steeds in een minderheid van 3 tegen 1 waren. De Schotten waren zich bewust dat het ergste nog zou moeten komen, maar de kleine overwinning was genoeg om het moreel bij de Engelsen te ondermijnen. Het nut van de schiltrom was duidelijk bewezen in het weerstaan van zware cavalerie.

James en Randolph keerden terug naar hun oorspronkelijke posities in de Schotse linies. Zij vernamen dat hun exploten niet de enige waren geweest. Er waren ook enkele schermutselingen geweest aan het front van het slagveld. Deze schermutselingen waren het gevolg van een incident dat bepalend zou worden voor de verdere afloop van de veldslag.

 

Bruce en De Bohun

Het gros van de Engelsen had nu de Bannock Burn overgestoken en positie genomen tegenover de divisie van Bruce. Een jonge Engelse ridder, een zekere Henry De Bohun, bemerkte een ruiter die fgezonderd was van de rest van de Schotten. Toen hij korterbij kwam gereden merkte hij dat de ruiter geen insigne  op zijn helm droeg maar wel een kroon. Beseffend dat de ruiter niemand anders kon zijn dan de koning, voelde de Bohun zich geroepen om, in zijn zoektocht naar eeuwige glorie, de geschiedenis in te gaan als de man die de slag kon beëindigen met één enkele klap.

De Bohun veriet zijn positie in de Engelse rangen, volledig bewapend en op een zwaar gepantserd paard. Hij liet zijn paard galoperen en liet zijn lans zakken om Bruce aan te vallen. Robert, enkel bewapend met een groot bijl en rijdend op een kleiner paard. Robert Bruce hield stand tot de laatste seconde. Net voor de Bohun hem zou raken zwenkte Robert zijn kleiner, maar wendbaarder paard opzij en en splijtte hij helm en schedel van zijn belager open met één rake klap.

 

Bruce splijt met één klap van zijn bijl de schedel van de Bohun

 

Het incident zou ongetwijfeld verschrikkelijke gevolgen hebben gehad indien het opzet van de Bohun geslaagd was. De Schotten zouden stuurloos, zonder leider en zonder koning geweest zijn. De slag zou waarschijnlijk een eind betekend hebben van de Schotse strijd om onafhankelijkheid. 

Die avond, na nog een aantal kleine aanvaringen langsheen de frontlinie, trokken de Engelsen zich terug en sloegen hun kamp op voor de nacht. Voor Robert brak nu een tijd aan om enkele belangrijke beslissingen te nemen. De geschiedenis had geleerd dat kleinere legers het steeds van grotere hadden gehaald indien de slag op een smalle strook grond kon worden beslecht zodat het front klein kon worden gehouden. Doordat de Engelsen hun kamp hadden opgeslagen op de plek die voor Robert het gunstigst bleek. Het front zou dus groter worden dan gehoopt. 

Later die avond reed een jonge Schotse ridder het kamp van de Schotten binnen. Hij was gedeserteerd uit het Engelse kamp en wilde koning Robert spreken en hem zijn trouw beloven. Robert, altijd blij met nieuwe recruten, en vooral als ze uit het vijandelijk kamp kwamen stemde toe  en liet de man zijn eer aan hem bewijzen. De ridder bracht eveneens nieuws over de teneergeslagenheid in het Engelse kamp na de gebeurtenissen van de voorbije dag. Vele Engelsen waren niet zo blij met het bevel van de jonge koning Edward. Voor Robert was dit de laatste factor die zijn beslissing bepaalde. Hij spendeerde de avond in overleg met zijn aides-de-camp en vroeg hen naar hun opinie. Dit was een zeldzaamheid voor leiders uit deze tijd. De meningen van zijn mensen waren even belangrijk als de zijne zelf. Op de vraag of zij hem wilden volgen en de strijd aangaan kreeg hij een resoluut en luid "YES !" als antwoord. 

 

De Grote Slag - 24 juni 1314

Bij het ochtendkrieken waren de Schotten al in positie. Neerkijkend op de sloop konden zij de Engelsen zien die zich haastig aan het klaarmaken waren voor het gevecht. De eerste divisie cavalerie baande zich een weg door de engte. Robert sprak zijn manschappen een laatste maal toe vooraleer zij de kerkelijke zegen kregen van de meegereisde broeders. Edward, die de knielende Schotten voor zich zag, moest hardop lachen, in de waan dat de Schotten baden voor zijn genade. Een wijzer man zei Edward dat de Schotten inderdaad baden, doch niet tot hem.

Al snel had het gros van de Engelse strijdmacht zich door de engte gewurmd en zich opgesteld voor de aanval. Robert gaf toen het bevel aan zijn manschappen om tevoorschijn te komen uit de bossen en de schiltrom formatie aan te nemen. Binnen de Engelse ruiterij was er echter verwarring ontstaan over het leiderschap van de Engelse cavalerie. Twee leiders wilden het bevel voeren. De ene riep om te avanceren en werd gevolgd door slechts enkelen terwijl de rest van de ruiters aarzelden om de vooruitmars in te zetten.

De impact op de schiltroms was enorm toen de Engelsen insloegen op de mannen aan de buitenkant. Maar de Schotten hielden stand. Vele Engelsen vielen ongeordend aan en werden ter plaatse gedood door de Schotse speren. Anderen vielen of werden van hun paarden gesleurd om door hun eigen ruiters te worden vertrappeld of gedood te worden door de Schotten.

Het ontbreken van elke Engelse organisatie was nu pijnlijk duidelijk geworden. De meesten van hun boogschutters waren nu door de engte gekomen en iemand had, waarschijnlijk in een aanval van paniek, het order gegeven om te schieten. Onfortuinlijk voor hun troffen ze niet alleen de Schotten maar het grootste deel van hun eigen terugkerende cavalerie. De boogschutters waren slecht nieuws voor de Schotten nu ze niet langer van de beschutting van  de bomen konden genieten. Maar Robert had dit in zijn plan voorzien. Op het ogenblik dat hij het signaal gaf chargeerde een 500 Schotse ruiters vanuit het bos richting boogschutters.

Er heerste een ongelofelijke verwarring in de Engelse rangen met de terugtrekkende cavalerie en de uiteengedreven boogschutters. De Schotten merkten dit op, namen hun speren in de hand en avanceerden op behoedzame wijze, doch zeer gedisciplineerd. Zij dreven hun vijand terug door de engte. Wat nog overbleef van de Engelse ruiterij bleef terugtrekken een chargeren, doch telkens botsten zij op een muur van onverzettelijke Schotten. Het lot van het Engelse leger was bezegeld. 

De schiltroms bleven vooruit duwen, steeds meer mensen duwend in de overvolle engte. Paarden en mannen vielen over mekaar. Een ooggetuige beschreef het als volgt: "lichamen lagen zo dik op mekaar dat iemand de rivier kon oversteken zonder nat te worden".

Vele ENgelsen waren nog niet aan vechten toegekomen die dag. Diegenen die dit wel hadden kunnen doen waren verdronkentoen zij de Forth wilden oversteken, of waren gedood door hun eigen makkers in de paniek om weg te komen. De overblijvende vechters waren in de minderheid en Robert, die de zege voor de Schotten zag, gaf het bevel om de rangen te verbreken en de achtervolging in te zetten.

Sir James Douglas zag Edwards poging om te ontsnappen. Robert gaf hem de toesteming om de achtervolging in te zetten. De jonge koning Edward bereikte snel de poorten van Stirling Castle, maar hoezeer hij ook smeekte, de kasteelheer Philip Mowbray weigerde om hem binnen te laten. Mowbray argumenteerde dat hij zich aan zijn deel van de afspaak moest houden gezien de Schotten dit hadden gedaan voor hem. Met Douglas achter zich aan had Edward weinig tijd en keus en zette koers richting zuiden. Na vele dagen van hard rijden bereikte Edward Dunbar Castle. Van hieruit bracht een schip hem verder zuidelijker naar London. 

Voor de Schotten was de slag ontegensprekelijk de grootste uit de geschiedenis. Hun koning die 18 jaar had gevochten voor een missie die schier onmogelijk bleek, had hen naar de overwinning geleid. Edward mocht dan wel de militaire macht van heel Engeland achter zich gehad hebben, op het einde was deze macht geen partij voor een leger van vrijheidsstrijders, verstoken van enige vorm van blauw bloed.